Ik heb ooit in een boekje gelezen dat je echt goede ideeen niet te vroeg met mensen moet delen, want dan wordt je kleine plantje direct in de kiem gesmoord. Ach, hier op mijn weblog zal het niet zo opvallen. (Die jongen van Sargasso moet dit niet lezen hoor, dit is gewoon voor onder ons). Ik ga namelijk een nieuwe politieke partij oprichten. Deze partij snijdt dwars door alle bestaande tegenstellingen heen (we zijn niet links, niet rechts, zelfs niet rechtdoor). Het is een partij gebaseerd op het idee van kwaliteit. Niet per se de kwaliteit van Robert Pirsig, maar toch.We gaan minstens 30 zetels halen en komen direct in de regering.
Hoe zal ik hem noemen? Partij voor de Kwaliteit.
Of misschien iets hips: Essence’12
Nu, daar ben ik nog niet uit. Het gaat ook niet om de vorm, in onze partij, maar om de inhoud.
Een van de basisideeen van mijn nieuwe partij is dat we er naar streven dat iedereen probeert datgene wat hij doet zo goed en mooi mogelijk te doen. Dat principe gaat de leidraad worden voor alle beleidsvorming. Misschien dat het zelfs wel het idee van ‘beleidsvorming’ gaat afschaffen, omdat ik het woord beleid gewoon niet associeer met iets positiefs, maar alleen maar met gedoe en bureaucratie. Ja, mijn partij is echt een redesign van de basiselementen van de politiek. En het is helemaal niet erg om er een keertje met de pet naar te gooien, of als het gewoon niet lukt wat je wilde doen, we zijn geen Calvinistische partij pur sang. Maar het gaat er wel om dat we onszelf weer gaan aanspreken op de kwaliteit van ons werk, onze bezigheden, onze dagvulling, onze onderlinge relaties. Waar doe je het voor? En als je weet wat je wilt -wat houd je dan nog tegen om DAT dan ook te gaan doen, en niet al die tijd bezig te zijn met al dat andere?
Gerelateerd hieraan is het idee dat een goed principe of ideaal belangrijker is dan wat je feitelijk weet te bereiken in de bureaucratie en de politieke strijd. Dat is iets waar ik denk ik erg mee kan scoren met mijn nieuwe partij. Onze nieuwe partij is principieel NIET geinteresseerd in de praktische resultaten, maar wel in de achterliggende ideeen en motieven. We vinden ook dat principes en idealen niet voorbehouden zijn aan links, en bovendien dat er eigenlijk helemaal geen linkse (noch rechtse) partij is op het moment die echt nog principes of idealen heeft. Dat wil niet zeggen dat we nooit iets bereiken: soms moet je even echt ergens voor gaan en echt iets maken of tot stand brengen. Daar gaat het niet om. Het gaat er wel om dat we niet utilitair denken. Niet: “We kunnen nou eenmaal niet alle grenzen open zetten, dan worden we overspoeld door asielzoekers”. Maar “laten we de grenzen van landen uberhaubt toch eens opheffen. Dat hele idee van ‘landen’ is hopeloos verouderd nationalistisch sentiment waar ik niets mee heb”. Een ontwerper zou zeggen: een goed idee moet je niet direct afschieten omdat het niet haalbaar is of te duur of ‘zo raar en gek en belachelijk is dat ik het niet eens snap’. Vooral in dat laatste geval moet je je eerst afvragen: waarom komt iemand nou op dat idee? Waarom vind jij het vervolgens zo gek en raar en belachelijk dat je je bijna persoonlijk aangevallen voelt dat de ander dat durfde te opperen? Niemand zegt iets zomaar, en als ze dat wel doen, dan moet je ze *daar* op aanspreken. Stel eerst eens de vraag: “Geloof je echt in de gedachte die je nu uit?”. Als het antwoord ja is, dan hebben we altijd de kern van ‘iets’ te pakken. De kunst is nu om het te begrijpen. Het gaat dus om de gedachte erachter, daar zit bijna altijd iets van waarde in, een zekere mate van kwaliteit. Terwijl het afkraken van ideeen omdat ze niet haalbaar zijn (in iemand’s beperkte praktische denkraam) vrijwel geen kwaliteit bezit.
Ook gerelateerd is ons plan om onderscheid te gaan maken tussen regels en wetten die oorspronkelijk gebaseerd zijn op een positief streven om iets te bereiken, versus regels en wetten die gebaseerd zijn om iets negatiefs te voorkomen. Vergis je niet, met die laatste regels heeft onze partij weinig moeite. Je wilt niet dat er gemoord wordt, dus je verbiedt het vermoorden van mensen, met hoge straffen voor de dader in het verschiet. Net zo voor de meeste verkeersregels. Het probleem zit hem juist in de eerste categorie. Wat er gebeurd is in de afgelopen paar honderd jaar is dat allerlei ideeen en principes en perspectieven die slimme mensen hebben bedacht over hoe de wereld er idealiter uit zou moeten komen te zien, in de loop der tijd zijn uitgekristalliseerd in regelgeving van wat ‘moet’ en wat ‘mag’. Waarom? Omdat het - volgens velen - geen zin heeft om alleen te zeggen “hebt je naasten lief”, want mensen zijn eigenlijk stiekem inherent slecht en lui, en dus wordt er niet naar geleefd. Dus wat moeten we dan doen: we maken regels, we proberen een wet te maken waardoor mensen worden gedwongen om elkaar lief te hebben. (Iets daarvan vind je terug in het huwelijk). Dat werkt niet. Het is hetzelfde als proberen de kwaliteit van iemands werk te vangen in een stel beoordelingscriteria. Al het excellente werk bevat die criteria. Maar op het moment dat je de criteria publiceert zullen er mensen zijn die matig of lui werk weten te produceren en TOCH de toets van de criteria doorstaan.
Dat brengt me op het onderwijs. In het onderwijs zie je natuurlijk voortdurend dat de docent eerst probeert op een positieve manier te beschrijven of te definieren ‘waar hij zijn studenten graag zou willen hebben’. Die beschrijving wordt dan een reeks met regels, criteria, vak-inhouden, een boek dat geleerd moet worden, een opdracht die gemaakt moet worden. En vervolgens gaan studenten kapitaliseren op die regels en definities en voorwaarden. Ze worden er meester in om met minimale inspanning en zonder enige daadwerkelijke motivatie voor de inhoud van het werk toch te slagen voor de toets. Dat komt omdat er regels opgesteld zijn voor dingen waar je helemaal geen regels voor kunt definieren. Namelijk: kwaliteit van werk.
Het enige wat je dus kunt doen, in onderwijs en in kwaliteit, is sturen op mensen hun intrinsieke motivatie. We gaan ambtenaren vragen: waarom doe je dit werk? Waarom stuur je sinds jaar en dag formulieren van vakje a naar vakje b, zonder dat je ook maar het geringste persoonlijke vertrouwen hebt dat het ergens nuttig voor is? Hoe kan het dat jij, zelf, individueel, elke dag weer uren en uren besteed aan werk dat je zelf, eigenlijk, individueel, volkomen onzinnig en nutteloos vindt? Dat is de enige remedie tegen bureaucratie. Niet nog meer regels of afspraken om de bureaucratie te bestrijden, maar een uitholling van binnenuit. Elk radartje in het grote rad moet zich gaan afvragen: waarom doe ik dit? En wil ik dit nog wel doen?
Mensen worden aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid, dat lijkt een VVD thema. Maar het gaat nu niet om hun zelfredzaamheid of eigen inititatief om zichzelf te verrijken ofzo. We spreken ze ook aan op hun eigen verantwoordelijkheid om solidair te zijn met anderen, bijvoorbeeld. Nog meer in het algemeen spreken we mensen aan op hun eigen verantwoordelijkheid om de vraag te beantwoorden: waarvoor doe ik het? Wat is mijn drijfveer? En ben ik goed bezig om te doen wat ik eigenlijk zou willen doen, of zit ik er eigenlijk maar een potje van te maken? Schuif ik alles telkens maar weer onder het tapijt, of ga ik de confrontatie met mezelf aan? Hoe komt het toch dat alle succesvolle bankiers en beursspeculanten zich geregeld afvragen: is dit het nou? is dit nu wat ik doe?en waar doe ik het eigenlijk voor? En hoe komt het nou dat ze dan toch weer doorgaan met hun betekenisloze werk? (ik zag het gisteren nog in een documentaire) Ja, we hebben psychologen nodig in onze partij - en gelukkig zijn die er in overvloed en allemaal werkeloos, dus vrijwilligers genoeg.
Zeg, het moet geen sekte worden natuurlijk, of een boedistische guru-club. Sommige thema’s en woorden uit de Flow-Zen-en zelfhulp-lectuur komen misschien van pas. Dan is dat omdat die boekjes op een bepaalde manier echt geen onzin verkopen. Maar ik wil het wel graag nuchter en met de beide benen op de grond houden.
Onze partij heeft geen antwoord op vragen als: wat gaat u doen aan het begrotingstekort? Bent u voor of tegen euthanasie? Enzovoorts. Veel van de thema’s en discussies in de politiek bestaan alleen maar binnen het huidige politieke ‘frame’ (christelijk-rechts, liberaal-rechts, arbeider-links, verstandig-bevoogdend-midden, en de herrieschoppers). Ik schat dat 90% van de huidige discussies gewoon niet meer relevant is, als we eenmaal fundamenteel anders gaan kijken naar politiek. De vraag wordt niet langer: hoe gaan we het met elkaar regelen? Welke compromissen zijn mogelijk? De vraag wordt: wat WILLEN we eigenlijk? En dan eerst eens op een heel basaal niveau.
Onze partij is geen partij voor intellectuelen, al is het dat nu natuurlijk nog wel, omdat wij op dit moment alleen bestaan uit ik, en ik ben nou eenmaal een gestudeerde jongen. Maar het gaat veel meer over de liefde voor vakmanschap, over ‘eer van je werk’ en over ‘er helemaal voor gaan’. Over het ontwikkelen van jezelf en een vaardigheid om mooie dingen tot stand te brengen, en daar steeds beter in willen worden. Steeds beter zien wat goed is, en steeds minder afgeleid worden door onzin. Steeds meer op zoek naar de zin en steeds minder tijd besteden aan gemier. Iedereen die gelooft in de waarde van passie, ergens passie voor hebben en dat voorop stellen, iedereen die gelooft in ‘de belangrijke dingen eerst’ en ‘de ruis daaromheen zo min mogelijk’, is een kandidaat voor op mijn lijst. Ik heb minstens 30 mensen nodig, voor al die zetels. Maar wel hele goeie. Als ik geen goeie kan vinden, dan doe ik het desnoods maar met 7 goeie, ik ga de lijst niet vullen met vulmateriaal omdat ik er 30 vol moet maken. Dat is het idee.
Popularity: 6% [?]