Archive for the 'maatschappij' Category

discussie, geheugen, ethiek, dagelijkse ergernissen, websites, human technology, internet, maatschappij

Digitaal fietsen

Vandaag heb ik via Google Maps een adres opgezocht van het fietsendepot van de Gemeente Utrecht. Omdat ik nu ga kijken of mijn fiets toevallig gevonden is. Mijn fiets is namelijk uit mijn tuin gestolen. Small chance, ik weet het, maar goed.

Vervolgens heb ik de route laten berekenen (er is een optie: plan uw route, oid) vanaf mijn huisadres. In de linkerbalk krijg je dan alle aanwijzingen, en bij elke aanwijzing die je een klein fototoestelletje (als beschikbaar). Als je daarop klikt kom je in Google Streetview modus (je kan er vast ook direct naar toe maar zo kwam ik erop). Ik kan met een grote foto direct zien hoe een bepaalde straathoek er ook alweer uitziet, en waar ik dan naar toe moet, op dat punt. Enorm handig voor ons geheugen, dat meestal werkt met ‘landmarks’ en niet met een totale kaart in het hoofd. Je onthoudt: bij dat standbeeld rechts. En meer niet. Dat geheugen wordt nu ondersteund doordat je van te voren al het standbeeld kunt zien, en “waar je dan ook al weer heen moet als je daar eenmaal bent”.

(Gelukkig kan ik Mirjam’s fiets lenen, want het is 49 minuten lopen, zegt Google)

Maar toen begon ik door te klikken. Door telkens op de ronde cirkel die op straat verschijnt te dubbelklikken verplaats je je in deze 3D wereld. Je kunt de hele route al afleggen als je zou willen. Maar je mag ook van de route afwijken. Door op de vierkanten, die ook soms in beeld verschijnen, te dubbelklikken, zoom je in. Je kunt bij mensen naar binnen kijken. Je kunt zien of ze hun bovenraam hebben openstaan. Je kunt uitrekenen of je vanaf die plantenbak daar, via dat richeltje en die regenpijp naar binnen zou kunnen komen. Handig, als vooronderzoek, voordat je met je zwarte bivak en rugzakje op pad gaat. Je kunt ook mensen op straat zien, je kunt ze herkennen: hee, die was blijkbaar daar, in die straat, stapte net uit die drankenwinkel of coffeeshop naar buiten. Interessant.

Het zijn geen oude foto’s. De verbouwing aan de overkant is bij Google Streetview al bijna af. Dat is een paar maanden geleden, hooguit.

Je kunt ontzettend gluren en spieken en loeren, zonder dat iemand jou ziet. Dat is iets om over na te denken. Want dat was onze enige garantie op een beetje privacy: dat de rondneuzers van deze wereld het normaalgesproken niet de moeite vinden om helemaal naar jouw straat te fietsen en bij jou door de gordijnen te gaan gluren. Te koud, teveel gedoe. En teveel risico, want als zij in jouw straat komen gluren, kunnen ze zelf ook begluurd worden. Daar hoeven de gluurders nu niet meer bang voor te zijn.

Geen wonder dat mijn fiets is gestolen. De dief had hem waarschijnlijk allang zien staan in mijn achtertuin, en direct de beste vluchtroute al even geoefend.

Thanks, Google Streetview.

Popularity: 6% [?]

biologie, discussie, brein, maatschappij, psychologie

Dierenleed

Onlangs zat ik aan tafel met een groep filosofen in een restaurantje in Groningen. Men serveerde er een ongelofelijk lekkere varkenshaas. Maar filosofen zouden geen filosofen zijn of er ontstond, daar boven de dampende borden, een discussie over het wel of niet eten van vlees. Mijn directe buren hielden er dezelfde mening op na als ik: we waren schuldig, natuurlijk, als vleeseters. En we namen nog een hap. We stopten onze schuldgevoelens onder het tapijt. Te ingewikkeld. Wie eet nou een dier dat een bewustzijn heeft, een brein met alles erop en eraan, een leven van jaren, dat liefde kent, geluksgevoelens, verdriet, troost? Voor Douglas Hofstadter was het de reden om te stoppen met vlees: na al die jaren onderzoek naar het bewustzijn en de werking van de hersenen kon hij niet anders dan concluderen dan dat hij bewuste, denkende geesten aan het opslokken was met elke kipfilet of karbonade die hij naar binnen werkte. Vissen, dat waren twijfelgevallen, brainwise. Dus die at hij dan nog wel, zo af en toe.

Zo zoekt iedereen een argumentatie voor het gedrag dat hij aan kan en een verantwoording voor de fouten die hij desondanks maakt. Cognitieve Resonantie Reductie, heet dat. Descartes en Gerda Verburg hebben het veel minder moeilijk. Zij vonden/vinden dat dieren zoals honden en varkens geen pijn lijden als ze een schop krijgen of met CO2 worden vergast in de bioindustrie. In de woorden van Gerda Verburg:

„Er hoeft geen directe relatie te zijn tussen de mate van bewusteloosheid en de visueel waarneembare symptomen”,

Descartes kon er nog mee weg komen. Hij had er de authoriteit voor, en God aan zijn zijde. Pijnlijker is het voor Gerda V., die hier een standpunt huldigt dat misschien nog zinnig klonk in de 17e eeuw maar dat nu toch door alle recente wetenschappelijke bevindingen ontkracht wordt en bovendien ook gewoon niet meer past in de manier waarop wij onze ethische overwegingen omtrent de waarde van de belevingswereld van het dier in de loop van de afgelopen eeuwen hebben zien veranderen. (Zo, nu jij weer, Gerda). Ik vind Gerda Verburg hiermee te vergelijken met een reactionaire Amerikaanse boer die anno 1975 nog gaat beweren dat negers geen mensen zijn.

Maar goed, mooi gezegd Van Dijk, maar ik stop mijn varkenslapjes nog steeds onder het tapijt. Net weer een rundersausijs achter mijn kiezen. Hoe zal ik hier over 10 jaar op terugkijken (als de Noordpool geen ijs meer heeft, zo las ik weer in een ander bericht)?

Popularity: 14% [?]

maatschappij

Eerlijk is een gevaar voor de economie?

Ik zie twee soorten deskundigen op de televisie. Groep 1 weet dat het allemaal ongelofelijk mis kan gaan en zegt dat ook. Groep 2 weet dat het ongelofelijk mis kan gaan, maar voelt zich als autoriteit op T.V. verantwoordelijk voor zijn uitspraken en zegt dus dat het allemaal wel meevalt. Want het zou zo maar eens kunnen dat een uitspraak op T.V. er als een sneeuwbaleffect voor zorgt dat het echt mis gaat. Zo mis kan het gaan dus, dat weten zij ook wel.

Ik heb meer sympathie voor groep 1. Ten eerste zeggen ze wat zij denken dat de waarheid is. (Tenminste, tenzij het een soort onheilsprofeten zijn natuurlijk, die de kans op misere bewust weer overdrijven. Dat is groep 3 bedenk ik me nu. Daar heb ik dan weer niets mee). Kijk, ik weet niet of het mis kan gaan en hoe groot de kans daarop is. Economie heb ik altijd overgeslagen. Maar als ik ervoor gestudeerd zou hebben of iets van praktijkervaring zou hebben en ik meende te weten: het kan goed mis gaan, dan zou ik dat ook op TV willen zeggen.

Groep 2 lijkt de verstandigste, de meest volwassen soort. Mensen die het gehele land overzien en met een grandeur van Winston Churchill besluiten de massa via de media precies dat voor te houden waarvan zij denken dat de massa het zou moeten horen - omdat het anders misschien juist echt mis zou kunnen gaan. Zij dragen hun steentje bij om het land voor een ramp te behoeden. Een nobele daad. En dat is precies waarom ik groep 2 een tikkeltje pedant vind. Zij spreken de massa toe (gaat u maar rustig slapen) en gaan ondertussen met alle andere Churchills in een sigarenkamer bespreken hoe de koek verdeeld moet worden. Niet mijn types.

Te weten dat het echt goed mis kan gaan, daar slaap ik persoonlijk een stuk rustiger op…

Popularity: 8% [?]

from product design daily, discussie, human technology, maatschappij

From Product Design Daily (4)

Pas volgende week komt dit stukje online bij de HVA. Zou ik dat dan nu al mogen voorpubliceren? Ach, we zien wel.

Het thema van aankomende week van de nu reeds illustere daily ‘From Product Design Daily’, is: “From Cradle to Cradle”. Dat is een nieuwe filosofie in het ontwerpen, waar, simpel gezegd, je probeert met creatieve slimme innovaties het milieuprobleem op te lossen.

De Printer en de Vap
Maandag was ik met studenten in Utrecht bij ons gloednieuwe fablab genaamd Protospace. In Protospace kun je van alles maken tegen kostprijs met een aantal machines. Een van de machines in zo’n lab is een 3D printer. Vanuit poeder maakt dit ding computergestuurd ieder prototype dat je maar wilt. Het is de moeite waard er eens langs te gaan. In Amsterdam staat er eentje in De Waag.

Joris van Protospace vertelde ons dat fablab is verzonnen door de visionaire Neil Gershenfield van MIT. Neil’s ultieme toekomst is de replicator uit Star-Trek. Hij streeft er naar dat iedere consument een eigen 3D printer in huis heeft, zodat je nooit meer suffe kopjes van de IKEA hoeft te kopen maar gewoon je eigen kopje uitprint als je er een nodig hebt, uiteraard volgens je eigen persoonlijke ontwerp. Neil is my guy! Joris voegde er aan toe dat het dan wel mooi zou zijn als het geheel een beetje Cradle to Cradle georganiseerd werd. Want voor elk wissewasje een nieuw kopje printen, dat is natuurlijk niet bevorderlijk voor het milieu. Hoewel, waarom alle oude kapotgevallen kopjes niet hergebruiken? Hup, de printer in ermee en printen maar weer. Idealiter is er ook nog een oplossing voor de energie die het kost om zo’n 3D printer te laten werken. Ik stel hometrainers voor, want tegen die tijd zijn we natuurlijk allemaal moddervet. Het kost wat arbeid, maar dan heb je ook volledig zelfvoorzienende huishoudens, waar de consument is getransformeerd tot een ware prosument: iemand die zelf maakt wat hij gebruikt. Van zijn eigen afval. En nou wil ik niet opscheppen, maar zonder ooit van die Neil Gershenfeld gehoord te hebben schreef ik ooit een stukje science-fiction dat hier wel heel erg op lijkt. Lees mee, over de Printer en de Vap: http://www.jellevandijk.org/wp/2006/11/23/ricket/

Meer over Fablab? http://www.fablab.nl/
Protospace:
www.protospace.nl
De Waag Society & Fablab
http://www.waag.org/nieuws/38406
Fablab bij MIT
http://fab.cba.mit.edu/about/
Prosumption:
http://en.wikipedia.org/wiki/Prosumer 

Popularity: 16% [?]

ziekte, ant on the beach, onderwijs, discussie, maatschappij

Denken in gehelen versus denken in delen

In de biologie is bekend dat levende wezens groeien ‘van binnen naar buiten’. Bovendien ontstaan nieuwe vormen en structuren uit bestaande vormen en structuren door een proces van differentiatie: een cel deelt zich en wordt twee cellen. Dat wil zeggen; op elk moment van de ontwikkeling van een plant of een dier is er een compleet geheel, dat vervolgens een transformatie ondergaat en zich splitst in meerdere nieuwe vormen, die samen ook weer een compleet geheel vormen. Een tweede aspect is dat in zo’n systeem geen top-down management bestaat: op de laagste niveau’s van organisatie is er complete, werkende controle. De cel doet het prima zonder top-down controle. In het belang van het grotere geheel echter, kan een hogere orde controle af en toe ingrijpen en bijsturen. Top down invloeden, van bijv de hersenen naar het lichaam, zijn dus altijd een vorm van bijsturen van een proces dat in zichzelf al ‘volledig is’: het werkt ook zonder invloed van bovenaf, maar de invloed van bovenaf zorgt voor extra kracht en flexibiliteit. In de techniek is dit heel anders: ontwerpen en bouwen is een proces waarbij losse, modulaire componenten aan elkaar gelast, getimmerd, geschroefd en gelijmd worden. Eerst maak je een tuit, een handvat, een deksel, het dopje van de deksel en de pot, en door dat op de juiste manier aan elkaar te bevestigen maak je een complete theepot. De losse modules werken op zich wel onafhankelijk van elkaar, maar bekeken t.o.v. hun relatie met de omgeving werken ze helemaal niet: een tuit van een theepot kan niets, doet niets, als het niet aan de theepot vast zit. En een deksel is geen werkende deksel als het dopje er niet op zit en het is uberhaubt geen deksel (het vervult geen dekselfunctie) als het niet aan de theepot zit, op de juiste plek. Deze zogenaamde ‘modulaire’ componenten zijn dus eigenlijk helemaal niet modulair in de functionele zin: ze doen hun ding, maar dat ding ‘doet niets’ als het niet in het grotere geheel zit ingebakken.

 

Op dit moment is de technische, kunstmatige manier van ‘dingen maken’ de standaard, niet alleen in de techniek, maar ook in de manier waarop we onze maatschappij organiseren. Wij doen aan massale functionele specialisatie: voor elke taak, elk proces, elke verantwoordelijkheid, elke kennisinhoud en voor elke doelgroep en voor elk probleem maken we een aparte organisatie. De ontwikkelingen in de zorg, waarbij elke handeling van een arts in losse factureerbare stukjes wordt geknipt is hier een voorbeeld van (al is de ontwikkeling in die zin een biologische: vroeger was de dokter een alleskunner en ‘de behandeling’ een holistische eenheid, nu gaan we dat ‘differentieren’). Vervolgens proberen we op allerlei manieren die verschillende stukjes, organisaties, clubjes, taken en processen weer aan elkaar te knopen door een wildgroei aan regels, reguleringen, management, wetgeverij, beleidsnotities en wat al niet.

 

Ik vraag me af of we niet terug moeten naar een meer biologisch geinspireerd model van organisatie en regulering. Misschien moeten we kijken hoe we, ‘bottom up’, op elk niveau van organisatie een compleet geheel kunnen creeren dat in zichzelf werkt, dat in zichzelf geen invloed van bovenaf nodig heeft om te kunnen functioneren. Dat is niet hetzelfde als ‘decentralisatie’. Het probleem met decentralisatie is dat men heeft geprobeerd om wat ik hierboven modules noem, te decentraliseren. Maar zoals we net zagen: je kunt de tuit van een theepot niet decentraliseren. Die heeft de pot nodig om te zijn wat hij is. Wat je dus moet creeeren zijn complete theepotjes, die met zijn allen weer een grote theepot vormen. Met theepotten is dit moeilijk te bedenken, maar in de natuur komt dit voortdurend voor. De vormen die we op macroniveau waarnemen bestaan ook weer, als complete vormen, op microniveau. En in de ontstaansgeschiedenis van biologische vormen was er altijd eerst een volledig werkend systeem, voordat dat systeem zich transformeerde tot een nieuwe vorm (of splitste in meerdere nieuwe vormen).

 

Je zou moeten nadenken over wat de grondvorm is van waaruit we de maatschappij willen opbouwen. “Het individu”, “Het gezin”, “De buurt” … van alles is mogelijk. Maar bij elk concreet project gaat het meer om een andere manier van denken, een ander perspectief. Een dokter, bijv, is een volledig mens die een gesprek aangaat met een volledig ander mens (de patient). Zij behandelt niet een ziekte, maar een mens. En zij gebruikt daarvoor niet ‘een methode’ of ‘een medicijn’, maar zij gebruikt haar hele persoon. Dat is niet in stukjes op te knippen. Hetzelfde geldt voor onderwijs: Leermeester en gezel gaan een relatie aan, tot het moment daar is dat de gezel de tranformatie doormaakt, zich losweekt van zijn leermeester en zelf een nieuwe leermeester is geworden. Hoe ver staat dit af van de huidige praktijk, waarin docenten worden gevraagd in een project “voor 1 studiepunt de sociale vaardigheden te beoordelen door middel van een scorelijst met 14 criteria op een vijfpuntsschaal”?

 

Volgens mij zou het echt een verschil maken om te denken in termen van gehelen die transformeren tot meerdere nieuwe gehelen, of gehelen die samengroeien tot grotere gehelen, in plaats van het spreken van het opdelen van de taart in losse stukjes die ieder op zich geen werking of betekenis hebben. Je zou her zelfs wel een politiek partijprogram op kunnen schrijven…

 

Popularity: 18% [?]

gedrag, brein, maatschappij, psychologie

Fysieke inspanning en verantwoordelijkheid

Ik ben een nieuwe hypothese op het spoor die volgens mij dringend verder uitgezocht moet worden. Maar eerst even testen of hij op een weblog stand houdt:

Het idee begint met de observatie dat er een verband lijkt te bestaan tussen de mate van fysieke inspanning die een persoon verricht en de mate van verantwoordelijkheid die deze persoon draagt (formeel of informeel) ten opzichte van anderen. Of mate van macht, of invloed, dat komt denk ik ongeveer op hetzelfde neer. Het verband is omgekeerd evenredig: hoe meer fysieke inspanning, hoe minder verantwoordelijkheid of invloed.

Kort door de bocht denk je natuurlijk als eerste aan hoofdwerk en handwerk. Gespierde arbeiders in fabrieken die zware balken dragen hebben weinig te zeggen, en dikke fabrieksdirecteuren die een potje zitten te roken vanachter een bureau zijn verantwoordelijk voor het welzijn van de hele fabriek.

Maar ik kwam op het idee terwijl ik met de fiets door de spits reed (het zal eens niet) en ineens bedacht ik: automobilisten dragen meer verantwoordelijkheid voor een veilige verkeerssituatie dan fietsers. Zo rijd ik met de fiets bijv. nog wel eens door rood maar met de auto vind ik dat toch net te ver gaan. En dat geldt voor het merendeel van de weggebruikers. Fietsers hebben vaak een houding van “ik mag erdoor en auto’s moeten maar wachten”. En auto’s, de vele uitzonderingen daargelaten, spelen dan toch vaak ‘de verstandige volwassene’, die de kinderen voor zich langs laten crossen en lijdzaam wachten tot het eindelijk hun beurt is. Herkenbaar? Ik zeg niet dat het zo moet, of dat het anders moet, ik observeer wat ik zie.

Goed. Stelling is dus dat dit komt, omdat fietsers fysieke inspanning moeten verrichten om vooruit te komen in het verkeer en automobilisten niet (=veel minder).

Maar nu de interessante observatie (observatie 2): Vroeger was dat niet zo! Vroeger was het verband omgekeerd! Denk aan de oude vikingen of wat voor barbaars volk dan ook, dat op rooftocht besloot een dorpje aan te vallen. Wie liep er voorop? De grootste, sterkste en slimste vent van de hele club. En wat was dat voor kerel? Dat was de baas! De man met de grootste borstkas was ook de directeur van het stel. En die sloeg er in zijn eentje wel 100 de kop af met zijn bijl of karawats of hoe die dingen toen ook heetten. En de anderen, de meelopers, die probeerden vanonder de oksels van de grote chef nog wat klappen uit te delen en hoopten erop dat ze op een dag net zo groot en sterk zouden zijn als Knut, zodat ze Knut zelf een kopje kleiner konden maken. The Bokito-way, zal ik maar zeggen.

Ergens in de loop van onze culturele ontwikkeling zijn de leiders, de verantwoordelijke personen, de organisatoren, de managers - *achter* hun manschappen, personeel, ondergeschikten, etc.. gaan staan. Ergens in onze ontwikkeling is er een scheiding van muscle en brain gekomen. Ik kan me nog voorstellen dat het hebben van een goed stel hersens een belangrijke factor is voor de mate van verantwoordelijkheid (macht) die je voelt voor / zult uitoefenen op / anderen. Maar hoe komt het dat het hebben van een sterke fysieke capaciteit tegenwoordig juist *nadeling* lijkt te zijn voor het hebben van invloed en macht? Waarom is de relatie tussen spieren en brains zogezegd omgekeerd evenredig?

Ik heb verantwoordelijkheid, macht, invloed en intelligentie nu misschien wat teveel op een hoop gegooid, dat moet ik nog een keer netjes uit elkaar pluizen. Maar de vraag in het algemeen: is die enigszins steekhoudend? En wat zou het antwoord op de vraag kunnen zijn?

Popularity: 15% [?]

onderwijs, kwaliteitszorg, maatschappij, cartoons

Het Nieuwe Leren

Popularity: 31% [?]

maatschappij, psychologie

Feral children

Vandaag las ik in een boekje over een jongen die in zijn vroege kinderjaren 8 jaar lang opgesloten heeft gezeten in een kippenhok. Een vreselijk geval van kindermishandeling natuurlijk, ik kan dat soort verhalen tegenwoordig niet meer zo goed hebben als vroeger. Maar op het web kwam ik daardoor wel een site tegen waarin wel honderden verhalen staan over ‘feral children‘, kinderen die in de natuur opgroeien en opgevoed worden door, of in de omgeving van, dieren. Tijdens de psychologielessen hebben we wel eens het bekende verhaal behandeld van de Wolvenjongen. Maar ondertussen zijn er dus blijkbaar veel meer van zulke gevallen gedocumenteerd. Fascinerend!

UPDATE: Gisteren in het nieuws: drie meisjes 7 jaar lang opgesloten door hun moeder in de kelder. Mensen zijn rare wezens. Overigens schijnt het dat deze meisjes zelf een taal ontwikkeld hadden om met elkaar te communiceren. Dat is ’straf’, zoals ze in Belgie zeggen.

Popularity: 10% [?]