Archive for the 'discussie' Category

discussie, geheugen, ethiek, dagelijkse ergernissen, websites, human technology, internet, maatschappij

Digitaal fietsen

Vandaag heb ik via Google Maps een adres opgezocht van het fietsendepot van de Gemeente Utrecht. Omdat ik nu ga kijken of mijn fiets toevallig gevonden is. Mijn fiets is namelijk uit mijn tuin gestolen. Small chance, ik weet het, maar goed.

Vervolgens heb ik de route laten berekenen (er is een optie: plan uw route, oid) vanaf mijn huisadres. In de linkerbalk krijg je dan alle aanwijzingen, en bij elke aanwijzing die je een klein fototoestelletje (als beschikbaar). Als je daarop klikt kom je in Google Streetview modus (je kan er vast ook direct naar toe maar zo kwam ik erop). Ik kan met een grote foto direct zien hoe een bepaalde straathoek er ook alweer uitziet, en waar ik dan naar toe moet, op dat punt. Enorm handig voor ons geheugen, dat meestal werkt met ‘landmarks’ en niet met een totale kaart in het hoofd. Je onthoudt: bij dat standbeeld rechts. En meer niet. Dat geheugen wordt nu ondersteund doordat je van te voren al het standbeeld kunt zien, en “waar je dan ook al weer heen moet als je daar eenmaal bent”.

(Gelukkig kan ik Mirjam’s fiets lenen, want het is 49 minuten lopen, zegt Google)

Maar toen begon ik door te klikken. Door telkens op de ronde cirkel die op straat verschijnt te dubbelklikken verplaats je je in deze 3D wereld. Je kunt de hele route al afleggen als je zou willen. Maar je mag ook van de route afwijken. Door op de vierkanten, die ook soms in beeld verschijnen, te dubbelklikken, zoom je in. Je kunt bij mensen naar binnen kijken. Je kunt zien of ze hun bovenraam hebben openstaan. Je kunt uitrekenen of je vanaf die plantenbak daar, via dat richeltje en die regenpijp naar binnen zou kunnen komen. Handig, als vooronderzoek, voordat je met je zwarte bivak en rugzakje op pad gaat. Je kunt ook mensen op straat zien, je kunt ze herkennen: hee, die was blijkbaar daar, in die straat, stapte net uit die drankenwinkel of coffeeshop naar buiten. Interessant.

Het zijn geen oude foto’s. De verbouwing aan de overkant is bij Google Streetview al bijna af. Dat is een paar maanden geleden, hooguit.

Je kunt ontzettend gluren en spieken en loeren, zonder dat iemand jou ziet. Dat is iets om over na te denken. Want dat was onze enige garantie op een beetje privacy: dat de rondneuzers van deze wereld het normaalgesproken niet de moeite vinden om helemaal naar jouw straat te fietsen en bij jou door de gordijnen te gaan gluren. Te koud, teveel gedoe. En teveel risico, want als zij in jouw straat komen gluren, kunnen ze zelf ook begluurd worden. Daar hoeven de gluurders nu niet meer bang voor te zijn.

Geen wonder dat mijn fiets is gestolen. De dief had hem waarschijnlijk allang zien staan in mijn achtertuin, en direct de beste vluchtroute al even geoefend.

Thanks, Google Streetview.

Popularity: 6% [?]

discussie

Enjoy Poverty

Ik ben de fantastische documentaire Enjoy Poverty aan het kijken. (Episode 3 staat er nog bij). Renzo Martens is als een soort zendeling bezig Congolezen in dorpjes te onderwijzen in de werking van de ontwikkelingshulpindustrie: hoe NGO’s en journalisten bakken geld verdienen aan de armoede in hun land. Hij stelt hen de vraag: “Van wie is de armoede?”. En vervolgens legt hij hen uit: die armoede is van wie hem neemt, en verkoopt: die armoede is geld waard. Hij is nu van de NGO’s, maar hij kan van jullie zijn. Je kunt (paradoxaal genoeg) je eigen armoede verkopen. Zo rekent hij locale bruidsfotografen voor hoe ze 1 dollar per maand verdienen aan het fotograferen van feesten, maar 1000 dollar per maand kunnen verdienen aan het verkopen van foto’s van verkrachtte en vermoordde vrouwen, ondervoedde kinderen, dode kindsoldaten. Hij coacht hen in het leren fotograferen van dergelijke zaken: hoe je het meest ondervoedde kind kan herkennen aan de uitstekende ribbetjes, en hoe je daar een foto van moet nemen met de juiste lichtinval, enzovoorts.

Popularity: 8% [?]

discussie

Maribel Dominguez

In de USA was voetbal (soccer) tot voor kort een typische ‘wijvensport’. (Update, ik gebruik het woord wijvensport hier uiteraard ironisch, komt dat over?) Dat is geloof ik aan het veranderen. Maar wat ik ineens wel eens wilde weten was wat toch al die voetbalwedstrijden waren op televisie, de laatste week. Federations Cup, heet het. Voorbereiding op het wereldkampioenschap. Of zoiets. Nou ja, je moet zo tegen komkommertijd aan natuurlijk wel om de week een of ander toernooi verzinnen, want waar gaan al die mannen anders naar zitten kijken iedere avond? Goed. Via de site van de FIFA kwam ik op allerlei regels en uitspraken die de FIFA doet en waar alle landen zich dan aan moeten houden. Een soort Verenigde Naties zijn het, die FIFA, maar dan met meer macht en minder democratische inspraak, denk ik zo.

Zie bijvoorbeeld deze uitspraak:

With regard to the question of whether the female player, Maribel Dominguez (Mexico), should be eligible to play for a men’s professional club in Mexico’s second division, the Executive Committee stressed once again that there must be a clear separation between men’s and women’s football. This is laid down in league football and in international matches by the existence of gender-specific competitions, and the Laws of the Game and FIFA’s regulations do not provide for any exceptions.

Ik zou zeggen, hou vol Maribel! (Dit is niet ironisch bedoeld) Sta je mannetje (dit wel weer, enigszins, lastig toch, dat webloggen). Je bent ongetwijfeld de vleesgeworden nachtmerrie van alle echte mannen die nu op de bank zitten te doen alsof ze toch echt naar de Federations Cup moeten kijken, omdat voetbal nou eenmaal een echte mannensport is. Stelletje wijven, daar bij de FIFA.

Popularity: 8% [?]

fijne sprekers, vrijheid van meningsuiting, observaties, discussie

Conferentie 03 OMG He’s doing it *again*!



Boy, this guy is really on a roll. Asking questions here and there. Why do you not let the others have a chance as well man. Give that microphone back!

Popularity: 15% [?]

biologie, discussie, brein, maatschappij, psychologie

Dierenleed

Onlangs zat ik aan tafel met een groep filosofen in een restaurantje in Groningen. Men serveerde er een ongelofelijk lekkere varkenshaas. Maar filosofen zouden geen filosofen zijn of er ontstond, daar boven de dampende borden, een discussie over het wel of niet eten van vlees. Mijn directe buren hielden er dezelfde mening op na als ik: we waren schuldig, natuurlijk, als vleeseters. En we namen nog een hap. We stopten onze schuldgevoelens onder het tapijt. Te ingewikkeld. Wie eet nou een dier dat een bewustzijn heeft, een brein met alles erop en eraan, een leven van jaren, dat liefde kent, geluksgevoelens, verdriet, troost? Voor Douglas Hofstadter was het de reden om te stoppen met vlees: na al die jaren onderzoek naar het bewustzijn en de werking van de hersenen kon hij niet anders dan concluderen dan dat hij bewuste, denkende geesten aan het opslokken was met elke kipfilet of karbonade die hij naar binnen werkte. Vissen, dat waren twijfelgevallen, brainwise. Dus die at hij dan nog wel, zo af en toe.

Zo zoekt iedereen een argumentatie voor het gedrag dat hij aan kan en een verantwoording voor de fouten die hij desondanks maakt. Cognitieve Resonantie Reductie, heet dat. Descartes en Gerda Verburg hebben het veel minder moeilijk. Zij vonden/vinden dat dieren zoals honden en varkens geen pijn lijden als ze een schop krijgen of met CO2 worden vergast in de bioindustrie. In de woorden van Gerda Verburg:

„Er hoeft geen directe relatie te zijn tussen de mate van bewusteloosheid en de visueel waarneembare symptomen”,

Descartes kon er nog mee weg komen. Hij had er de authoriteit voor, en God aan zijn zijde. Pijnlijker is het voor Gerda V., die hier een standpunt huldigt dat misschien nog zinnig klonk in de 17e eeuw maar dat nu toch door alle recente wetenschappelijke bevindingen ontkracht wordt en bovendien ook gewoon niet meer past in de manier waarop wij onze ethische overwegingen omtrent de waarde van de belevingswereld van het dier in de loop van de afgelopen eeuwen hebben zien veranderen. (Zo, nu jij weer, Gerda). Ik vind Gerda Verburg hiermee te vergelijken met een reactionaire Amerikaanse boer die anno 1975 nog gaat beweren dat negers geen mensen zijn.

Maar goed, mooi gezegd Van Dijk, maar ik stop mijn varkenslapjes nog steeds onder het tapijt. Net weer een rundersausijs achter mijn kiezen. Hoe zal ik hier over 10 jaar op terugkijken (als de Noordpool geen ijs meer heeft, zo las ik weer in een ander bericht)?

Popularity: 14% [?]

from product design daily, discussie, human technology, maatschappij

From Product Design Daily (4)

Pas volgende week komt dit stukje online bij de HVA. Zou ik dat dan nu al mogen voorpubliceren? Ach, we zien wel.

Het thema van aankomende week van de nu reeds illustere daily ‘From Product Design Daily’, is: “From Cradle to Cradle”. Dat is een nieuwe filosofie in het ontwerpen, waar, simpel gezegd, je probeert met creatieve slimme innovaties het milieuprobleem op te lossen.

De Printer en de Vap
Maandag was ik met studenten in Utrecht bij ons gloednieuwe fablab genaamd Protospace. In Protospace kun je van alles maken tegen kostprijs met een aantal machines. Een van de machines in zo’n lab is een 3D printer. Vanuit poeder maakt dit ding computergestuurd ieder prototype dat je maar wilt. Het is de moeite waard er eens langs te gaan. In Amsterdam staat er eentje in De Waag.

Joris van Protospace vertelde ons dat fablab is verzonnen door de visionaire Neil Gershenfield van MIT. Neil’s ultieme toekomst is de replicator uit Star-Trek. Hij streeft er naar dat iedere consument een eigen 3D printer in huis heeft, zodat je nooit meer suffe kopjes van de IKEA hoeft te kopen maar gewoon je eigen kopje uitprint als je er een nodig hebt, uiteraard volgens je eigen persoonlijke ontwerp. Neil is my guy! Joris voegde er aan toe dat het dan wel mooi zou zijn als het geheel een beetje Cradle to Cradle georganiseerd werd. Want voor elk wissewasje een nieuw kopje printen, dat is natuurlijk niet bevorderlijk voor het milieu. Hoewel, waarom alle oude kapotgevallen kopjes niet hergebruiken? Hup, de printer in ermee en printen maar weer. Idealiter is er ook nog een oplossing voor de energie die het kost om zo’n 3D printer te laten werken. Ik stel hometrainers voor, want tegen die tijd zijn we natuurlijk allemaal moddervet. Het kost wat arbeid, maar dan heb je ook volledig zelfvoorzienende huishoudens, waar de consument is getransformeerd tot een ware prosument: iemand die zelf maakt wat hij gebruikt. Van zijn eigen afval. En nou wil ik niet opscheppen, maar zonder ooit van die Neil Gershenfeld gehoord te hebben schreef ik ooit een stukje science-fiction dat hier wel heel erg op lijkt. Lees mee, over de Printer en de Vap: http://www.jellevandijk.org/wp/2006/11/23/ricket/

Meer over Fablab? http://www.fablab.nl/
Protospace:
www.protospace.nl
De Waag Society & Fablab
http://www.waag.org/nieuws/38406
Fablab bij MIT
http://fab.cba.mit.edu/about/
Prosumption:
http://en.wikipedia.org/wiki/Prosumer 

Popularity: 16% [?]

from product design daily, discussie, dagelijkse ergernissen, human technology

From Product Design Daily (2)

Het is altijd een goed teken als je stukjes discussie oproepen. In mijn eerste bijdrage aan From Product Design Daily (slechts op intranet bereikbaar voor studenten van de hogeschool Amsterdam, Product Design), schond ik flagrant - zoals dat heet - de privacy van mijn geliefde Tante Ans. Mijn excuses. Maar het kan erger. In het volgende stukje stoot ik - naar waarschijnlijkheid - al mijn managers en directeuren voor de voeten. Zet ik mijn baan nu al op het spel?

From Product Design Daily: bijdrage 2.

De school is verhuisd naar een nieuw gebouw. Op de eerste verdieping zetelen de docenten op hun nieuwe ‘flex-plekken’. Het ziet er netjes uit. De architect heeft gekozen voor een bruin-zwart concept met een strenge uitstraling, waarin halfhoge rijen kasten en grote zes-persoonstafels elkaar afwisselen. Blokje rijtje blokje rijtje blokje rijtje, als ware het een fabriekshal uit de negentiende eeuw. Maar dat is het natuurlijk niet. Hier en daar zijn al tekenen van verzet waarneembaar. Een dissonante doos whiteboardvegers, schijnbaar achteloos bovenop de gladde kasten gelegd. Een weerbarstige kastdeur die al drie dagen half open staat en waar papieren zomaar uitsteken. Iemand die zei: “Weet je, ze halen alles weg van je tafel wat je ‘s avonds niet opruimt. Dus als ik dit kapotte kopje hier gewoon laat staan, wordt het vanzelf opgeruimd. Handig!”.

Nou heb ik diep respect voor mensen die het voor elkaar krijgen zo’n gebouw te bedenken en het dan ook nog te maken. Hoe ingewikkeld dat niet is, en met hoeveel dingen je wel niet rekening moet houden? Het is knap, als het er uiteindelijk staat en als het zo is geworden als je van plan was. Petje af. Maar toch, wat zou er nou precies omgaan in de hoofden van de directeuren en de architect, als er nagedacht moest worden over het gebruik? Waar spraken ze over, tijdens hun vergaderingen? Was er niemand die zich afvroeg of mensen hier prettig in zouden kunnen werken? Natuurlijk, er zijn altijd mensen die graag in een strakke, opgeruimde ruimte zitten. Maar was er nu werkelijk niemand die zich realiseerde dat veel mensen gewoon rommel willen maken, dat ze die rommel willen laten liggen en in die rommel vervolgens precies de inspiratie vinden om de dingen te kunnen bedenken en te kunnen maken die ze moeten bedenken en maken? De architecten die ik ken willen zelf precies bepalen hoe hun eigen omgeving eruit ziet. In zo’n omgeving leveren zij hun prestaties. Maar dan moet je toch kunnen begrijpen dat dit ook voor anderen geldt?

Ach, ik snap het wel, op papier ziet het er natuurlijk gewoon erg mooi uit. En als je eenmaal zo’n strak concept hebt bedacht, dan is het lastig te accepteren dat niet iedereen denkt langs jouw (kast)lijnen. Maar vorige week nog besprak een artikel in het NRC-Handelsblad hoe belangrijk het is dat werknemers hun eigen werkplek op een persoonlijke manier kunnen inrichten. Met een beetje rommel. En een stapeltje papier op de hoek. En die Post-Its op de monitor. Een vingerplant. En foto’s van je kinderen. Tja, dat had ik je zo wel kunnen vertellen. Alleen waarom mag zoiets nooit, als er eenmaal voor ‘design’ wordt gekozen? Dat zou ik wel eens willen weten. Alsof design altijd stofvrij moet wezen - wat een onzin. Ik zou zeggen: blader in dat verband vooral eens door het boekje van IDEO, getiteld: “Thoughtless Acts”. Het is een ode aan de mens en zijn recalcitrante vindingrijkheid. Het staat vol met foto’s van mensen die allerlei objecten en ruimtes hebben gebruikt, vervormd en aangepast, op originele manieren die ontwerpers nooit hadden kunnen voorzien. (Zie ook: http://www.flickr.com/groups/thoughtlessacts/).
De foto die erbij hoort zal ik ook maar anonimiseren, het betreft hier dhr. R. A. te R. (maar op de foto was het: te ’s G.) ra_te_r.png

Popularity: 17% [?]

ziekte, ant on the beach, onderwijs, discussie, maatschappij

Denken in gehelen versus denken in delen

In de biologie is bekend dat levende wezens groeien ‘van binnen naar buiten’. Bovendien ontstaan nieuwe vormen en structuren uit bestaande vormen en structuren door een proces van differentiatie: een cel deelt zich en wordt twee cellen. Dat wil zeggen; op elk moment van de ontwikkeling van een plant of een dier is er een compleet geheel, dat vervolgens een transformatie ondergaat en zich splitst in meerdere nieuwe vormen, die samen ook weer een compleet geheel vormen. Een tweede aspect is dat in zo’n systeem geen top-down management bestaat: op de laagste niveau’s van organisatie is er complete, werkende controle. De cel doet het prima zonder top-down controle. In het belang van het grotere geheel echter, kan een hogere orde controle af en toe ingrijpen en bijsturen. Top down invloeden, van bijv de hersenen naar het lichaam, zijn dus altijd een vorm van bijsturen van een proces dat in zichzelf al ‘volledig is’: het werkt ook zonder invloed van bovenaf, maar de invloed van bovenaf zorgt voor extra kracht en flexibiliteit. In de techniek is dit heel anders: ontwerpen en bouwen is een proces waarbij losse, modulaire componenten aan elkaar gelast, getimmerd, geschroefd en gelijmd worden. Eerst maak je een tuit, een handvat, een deksel, het dopje van de deksel en de pot, en door dat op de juiste manier aan elkaar te bevestigen maak je een complete theepot. De losse modules werken op zich wel onafhankelijk van elkaar, maar bekeken t.o.v. hun relatie met de omgeving werken ze helemaal niet: een tuit van een theepot kan niets, doet niets, als het niet aan de theepot vast zit. En een deksel is geen werkende deksel als het dopje er niet op zit en het is uberhaubt geen deksel (het vervult geen dekselfunctie) als het niet aan de theepot zit, op de juiste plek. Deze zogenaamde ‘modulaire’ componenten zijn dus eigenlijk helemaal niet modulair in de functionele zin: ze doen hun ding, maar dat ding ‘doet niets’ als het niet in het grotere geheel zit ingebakken.

 

Op dit moment is de technische, kunstmatige manier van ‘dingen maken’ de standaard, niet alleen in de techniek, maar ook in de manier waarop we onze maatschappij organiseren. Wij doen aan massale functionele specialisatie: voor elke taak, elk proces, elke verantwoordelijkheid, elke kennisinhoud en voor elke doelgroep en voor elk probleem maken we een aparte organisatie. De ontwikkelingen in de zorg, waarbij elke handeling van een arts in losse factureerbare stukjes wordt geknipt is hier een voorbeeld van (al is de ontwikkeling in die zin een biologische: vroeger was de dokter een alleskunner en ‘de behandeling’ een holistische eenheid, nu gaan we dat ‘differentieren’). Vervolgens proberen we op allerlei manieren die verschillende stukjes, organisaties, clubjes, taken en processen weer aan elkaar te knopen door een wildgroei aan regels, reguleringen, management, wetgeverij, beleidsnotities en wat al niet.

 

Ik vraag me af of we niet terug moeten naar een meer biologisch geinspireerd model van organisatie en regulering. Misschien moeten we kijken hoe we, ‘bottom up’, op elk niveau van organisatie een compleet geheel kunnen creeren dat in zichzelf werkt, dat in zichzelf geen invloed van bovenaf nodig heeft om te kunnen functioneren. Dat is niet hetzelfde als ‘decentralisatie’. Het probleem met decentralisatie is dat men heeft geprobeerd om wat ik hierboven modules noem, te decentraliseren. Maar zoals we net zagen: je kunt de tuit van een theepot niet decentraliseren. Die heeft de pot nodig om te zijn wat hij is. Wat je dus moet creeeren zijn complete theepotjes, die met zijn allen weer een grote theepot vormen. Met theepotten is dit moeilijk te bedenken, maar in de natuur komt dit voortdurend voor. De vormen die we op macroniveau waarnemen bestaan ook weer, als complete vormen, op microniveau. En in de ontstaansgeschiedenis van biologische vormen was er altijd eerst een volledig werkend systeem, voordat dat systeem zich transformeerde tot een nieuwe vorm (of splitste in meerdere nieuwe vormen).

 

Je zou moeten nadenken over wat de grondvorm is van waaruit we de maatschappij willen opbouwen. “Het individu”, “Het gezin”, “De buurt” … van alles is mogelijk. Maar bij elk concreet project gaat het meer om een andere manier van denken, een ander perspectief. Een dokter, bijv, is een volledig mens die een gesprek aangaat met een volledig ander mens (de patient). Zij behandelt niet een ziekte, maar een mens. En zij gebruikt daarvoor niet ‘een methode’ of ‘een medicijn’, maar zij gebruikt haar hele persoon. Dat is niet in stukjes op te knippen. Hetzelfde geldt voor onderwijs: Leermeester en gezel gaan een relatie aan, tot het moment daar is dat de gezel de tranformatie doormaakt, zich losweekt van zijn leermeester en zelf een nieuwe leermeester is geworden. Hoe ver staat dit af van de huidige praktijk, waarin docenten worden gevraagd in een project “voor 1 studiepunt de sociale vaardigheden te beoordelen door middel van een scorelijst met 14 criteria op een vijfpuntsschaal”?

 

Volgens mij zou het echt een verschil maken om te denken in termen van gehelen die transformeren tot meerdere nieuwe gehelen, of gehelen die samengroeien tot grotere gehelen, in plaats van het spreken van het opdelen van de taart in losse stukjes die ieder op zich geen werking of betekenis hebben. Je zou her zelfs wel een politiek partijprogram op kunnen schrijven…

 

Popularity: 18% [?]

discussie, internet

fitna the movie 27 maart 2008

(20:15) This site has been suspended while Network Solutions is investigating whether the site’s content is in violation of the Network Solutions Acceptable Use Policy. Network Solutions has received a number of complaints regarding this site that are under investigation. For more information about Network Solutions Acceptable Use Policy visit the following URL:http://www.networksolutions.com/legal/aup.jsp 

Update (20:17 wikipedia): 

De Amerikaanse provider Network Solutions van de website van de film heeft op 22 maart 2008 de site geblokkeerd. De provider beweert klachten te hebben ontvangen over de inhoud van de website[20]. De provider geeft een link naar haar richtlijnen, maar het is onduidelijk welke hiervan overtreden zouden worden met de introductie van de film[21]. De provider Network Solutions is bekritiseerd voor het toepassen van deze censuur, terwijl hetzelfde bedrijf betrokken is bij het hosten van de website van de terreurbeweging hezbollah[22]. Een Tsjechische nationalistische partij heeft aangeboden de film wel uit te zenden[23]

Externe Link

Update 2 (20:27 safari webbrowser): Safari kan de pagina niet openen.

Safari kan de pagina ‘http://www.liveleak.com/view?i=ee4_1206625795′ niet openen omdat de server niet meer reageert. 

  

 

Update (22: 05): Heb ondertussen een vliegtuig in WTC zien vliegen en een trein zien ontploffen. Dramatische violen. Maar ik ben niet de enige die dit filmpje probeert te bekijken dus het loopt telkens vast…

Update (22:533): Ben nu ruim over de helft. Tja, wat kan ik er van zeggen. Een platheid waarvan je dacht: Wilders zal toch niet *zo* plat … maar natuurlijk wel, zo plat. Het is trouwens een ERG goede film voor in een college communicatiewetenschap. Met het theorieboek in de hand moet elke tweedejaars media-student hier toch alle basiskenmerken van de propagandafilm wel in terug kunnen vinden.

Popularity: 18% [?]

discussie

kernenergie

Een kwart eeuw geleden heb ik nog fanatiek gedemonstreerd tegen kernenergie. Maar goed, wellicht dat ik nog niet diepgaand geinformeerd was destijds, als vijf-jarige. Gisteren stonden er twee ingezonden brieven in de NRC. Eentje voor. Eentje tegen. Ik werd er niet veel wijzer van. De pro- en anti-lobby’s zijn meer bezig elkaar zwart te maken dan mij uit te leggen waarom ik mij aan deze of gene zijde zou moeten scharen. De tegenstander, directeur van WISE, had een nogal leeg stuk dat weinig om het lijf had. De voorstander, een prof. uit Delft, was zo mogelijk nog irritanter, omdat hij ronduit arrogant stond te doceren dat we nu toch echt geen tijd meer hadden en voort moesten maken en dat de tijd van beleid en papieren nu wel voorbij was. De ingenieur wil aan de slag, kan iedereen even aan de kant - dat werk. Maar als er sinds de jaren 80 geen nieuw beleid meer is gemaakt, dan zal die discussie toch weer helemaal opnieuw gevoerd moeten worden. Al was het maar omdat ik nu ook meedoe. En een hoogleraar zal daar toch niet zenuwachtig van moeten worden, die moet heus wel eens vaker een ongewenste vergadering uitzitten, lijkt me.

Het meest interessante is de verwrongen manier waarop er wordt gesproken over twee psychologische begrippen die de kern vormen van het dilemma: risico en tijd. Wat is het risico, en welk risico vinden we aanvaardbaar? En over welke tijdsschaal spreken we - en wat betekent dat? Zo stelde de professor dat met nieuwe methoden “een opslag van slechts 1.000 jaar volstaat”. De kordate punt achter de 1 zorgt er niet voor dat die drie nullen ineens niet meer meetellen. Duizend jaar. Het spijt me, maar daar kan ik me echt geen voorstelling bij maken. Of liever gezegd: wat ik me kan voorstellen is dat we echt niet kunnen inschatten wat er in die duizend jaar allemaal kan gebeuren. Duizend jaar geleden, bijvoorbeeld, was het 1008. Misschien was het toen vrede tussen de Hotten en de Totten en dachten de Hotten en de Totten dat er eeuwig vrede zou blijven. Ze kregen ongelijk. In de komende duizend jaar zullen onnoemelijke Hotten en Totten elkaar de hersens inslaan, om nog maar niet te spreken van de vulkaanuitbarstingen, ijstijden, marsmannen en ander ongein.

Dan het risico. Het risico op een ramp bij kerncentrales is laag. Maar dat doet er toch niet toe? Het gaat er niet om dat een ramp waarschijnlijk is of niet, het gaat erom, om met The Black Swan te spreken, dat er maar 1 keer iets gebeurt dat vervolgens enorme, verstrekkende gevolgen heeft. En 1000 jaar lijkt mij een heleboel tijd om ook de zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen tenminste 1 keer te doen optreden. Is het niet in 2387, dan wel in 2788, 2831 [zwaarste ijstijd in geschiedenis planeet aarde: -10 op evenaar], of in 2999 of in 3007. En als die ene keer tot gevolg heeft dat er vervolgens een paar ton hoog radioactief afval de lucht in geblazen wordt (Bijv, omdat een of ander Hot een Tot het licht in de ogen niet gunde) dan zijn we de sigaar. Of althans, niet wij, maar die mensen dan, als we er uberhaubt nog zijn, dan.

Maar ja, dat zegt het alweer: als het om kernafval gaat kunnen we ons tenminste nog voorstellen, dat we ons niet kunnen voorstellen wat er de komende duizend jaar mee gaat gebeuren. Maar met al die andere dingen die we nog niet eens kunnen benoemen, omdat we nog niet weten wat ze zijn is het helemaal onmogelijk om je er ook maar iets bij voor te stellen.(Neem het Qe0-08 effect bijvoorbeeld, dat pas in 2755 voor het eerst optreedt en het hele maatschappelijke leven zal ontwrichten).

In dezelfde alinea zegt de professor: het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen gaat veel te lang duren, wel minstens 20 jaar. Twintig jaar. Een eeuwigheid in Nederland innovatieland, dat moet gezegd.

Kernenergie - ik ben er nog niet uit. 

Popularity: 13% [?]

Next »