Jonas is een kind van de nieuwe generatie. Hij stond in de kamer, keek voor zich, spreidde zijn handen zo een beetje uit naar het gebied dat hij in het directe zicht had en zei:
“Dit, is eigenlijk een TV”.
“Hoe bedoel je?”, zei zijn moeder, die duidelijk niet van de nieuwe generatie was maar nog van de vorige, toen de meeste dingen nog niet gewoon een TV waren.
“Nou dit, allemaal”, antwoordde hij, maakte daarbij wat nonchalante cirkelbewegingen. “Dit is allemaal hier is een TV, zo dit hier allemaal voor mij. Jij ook, dus. Jij bent op TV. Ha ha”.
Ik, die altijd slimmer wil zijn dan iedereen, voegde er aan toe: “Nou, dan zit jij ook in de TV. Want die TV van jou is ook hier achter je, waar ik ben, en daar links van je bij de tafel en daar rechts bij de box. En jij staat er immers middenin?”.
“Ja, ha ha, dat is waar”. Geen verwarring te bespeuren. “Ik zit in de TV!”.
“En die TV…”, deed ik er nog een schepje bovenop “zit die dan ook *in* jou?” (ik ben zo’n vader die altijd net iets te ver gaat).”Ik bedoel: zit hij ook helemaal binnenin je, in het midden van je buik?”.
“Jahoor, daar zit ook TV. Die is voor de bloedlichaampjes, de soldaatjes”, riposteerde mijn hedendaagse gestudeerde zoon zonder waarneembare denkpauze. “Die soldaatjes moeten vechten tegen de bacterieen. En die bacterieen zijn de TV. Dus de bloedlichaampjes moeten vechten tegen de TV! Ha ha”.
Ik keek hem verbluft aan, en moest mijn nederlaag erkennen. Hier kon ik, zoals de Amerikanen zeggen, mijn hoofd niet meer omheen krijgen. Triomfantelijk slenterde mijn zoon vervolgens naar zijn werkbankje, onderwijl het pasgeleerde liedje van de groep 2 eindmusical zingend. Aldaar vouwde hij nog enkele papieren vliegtuigen.
Popularity: 9% [?]