Het thema voor mijn design column was ‘zwaartekracht’. Ha! Eindelijk de kans om iets over cognitiewetenschap te schrijven!

Zware gedachten?

Mijn vakgebied is de cognitiewetenschap, oftewel de wetenschap van de menselijke geest. Cognitiewetenschap houdt zich bezig met vragen als: hoe werkt ons denkvermogen? Wat is waarneming? Hoe nemen we beslissingen? Waaruit bestaat ons geheugen? Nou heb je er misschien nog nooit zo bij stil gestaan, maar het is een feit dat alle belangrijke begrippen uit mijn vak de eigenschap hebben dat ze absoluut en volledig gewichtloos zijn. Strict genomen weegt het nog geen microgram, ons denken. En dat is gek – want als iets niets weegt, wat is het dan eigenlijk nog waard? Kijk, je hersenen wegen ongeveer een pondje. Maar je hersenen, dat is niet ‘je denken’. Er is natuurlijk wel een belangrijke relatie tussen die pond hersencellen en, stel, een dierbare herinnering aan je lieve moeder, maar die hersencellen zijn die herinnering niet. Je hersencellen zijn hersencellen. En een herinnering is een herinnering. Dat zijn twee verschillende dingen van een heel andere orde. Een van de mensen die veel heeft bijgedragen aan het idee dat onze gedachten niets wegen – en dus van een heel andere orde zijn dan de ‘weegbare’ dingen in ons leven, is René Descartes. Deze Franse filosoof maakte een strict onderscheid tussen enerzijds de stoffelijke wereld, waaronder ons lichaam, de dingen om ons heen, zoals de dieren, planten en bomen, huizen, koetsen, koffiekopjes enzovoorts; en aan de andere kant de denkwerdenker.pngeld, die bestond uit mentale dingen, de gedachten, wensen, verlangens, ideeën en herinneringen, en die onstoffelijk was. Nu wist Descartes ook wel dat je gedachten je lichaam kunnen aanzetten tot grootse danwel laffe daden, dus er moest op een of andere manier wel een verbinding zijn tussen die onstoffelijke en stoffelijke wereld. Hij vond zijn antwoord in de hypofyse, ofwel de pijnappelklier, een klein druppelvormig aanhangsel dat onderaan je grote hersenen hangt, achter je neusbrug. Dit kleine kliertje heeft de wetenschappers altijd enigszins voor een raadsel gesteld, onder andere omdat het het enige ding was waarvan er in de hersenen ook echt maar eentje was: alle andere zichtbare structuren bestaan namelijk in tweëen: eentje links en eentje rechts. (Zelfs tot op de dag van vandaag is niet helemaal precies duidelijk wat de pijnappelklier doet). Dus daar moest wel iets bijzonders mee zijn. Descartes stelde voor dat die pijnappelklier een soort transmitter was die onze geest in staat stelde om ons lichaam aan te sturen en die het ook mogelijk maakte dat ons lichaam de wereld kon ruiken, proeven en bevoelen om op die manier onze geest deelgenoot te maken van wat er in onze directe omgeving aan de hand was. Een soort wi-fi avant-la-lettre, zou je kunnen zeggen. De geest als onstoffelijke entiteit is een mooi idee, maar als je gelooft in een alledaagse, westerse opvatting van ‘de dingen’ dan is ze wel problematisch. Immers, alle dingen waarvan we normaalgesproken aannemen dat ze bestaan hebben massa. Geen massa hebben is goedbeschouwd een soort definitie van ‘niet zijn’ en dus niet bestaan. Dus als een gedachte geen massa heeft, bestaat ze dan nog wel? Spoken wegen ook niets en die bestaan immers ook niet? Maar onze gedachten moeten wel bestaan, anders zouden we onszelf ontkennen. Wij denken immers, nietwaar? Descartes draaide dit zelfs om, met zijn beroemde spreuk: ik denk, dus ik ben. (Je pense, donc je suis). Het enige dat we echt zeker weten dat bestaat, zo redeneerde Descartes, is dat we denken. We kunnen denken aan appels, maar we weten niet of appels echt bestaan. Misschien zijn appels wel een illusie, of een vermomd soort peren. Misschien is alles wat we waarnemen wel een soort droom, iets dat niet echt is (Descartes zou een groot fan van The Matrix geweest zijn). Maar wat ik wel zeker weet als ik aan een appel denk, is dat ik denk. En als ik zeker weet dat ik denk, dan weet ik ook zeker dat ik er ben. Want als er iemand denkt, dan ben ik dat. Ik denk, dus ik besta. Zijn redenering staat nog steeds als een huis, ook al brengt het elke wetenschapper in de problemen wanneer hij de geesteswereld in verband wil brengen met al die andere dingen waarvan we nu zo langzamerhand een beetje het vertrouwen hebben gekregen dat ze ook bestaan. Terwijl je op het eerste gezicht zou zeggen dat een stoeptegel toch wel meer realiteitswaarde heeft dan het eerste de beste vluchtige ideetje, kom je niet om Descartes’ inzicht heen dat het omgekeerde eigenlijk het geval is: juist dat wat het minste weegt: onze geest, heeft het grootste bestaansrecht. Zelfs over een loeizware stoeptegel kunnen we blijven twijfelen. Dat is misschien wel die ondraaglijke lichtheid van het bestaan waar Milan Kundera ooit nog eens een boek over schreef – maar dat is weer een andere column, voor een andere keer.

NB de foto is een koffietafelvariant van De Denker. Hij weegt 4.5 kg, volgens E-bay.

Popularity: 17% [?]