Er zijn twee docenten die mij erg inspireerden tijdens mijn studie. In de latere jaren natuurlijk Pim. Maar in de vroegere jaren Herman Kolk. Ik schreef al eerder eens over Herman Kolk op dit weblog en hieronder volgt nog een stuk over hem.

Hij stond op een tafel in het midden van de collegezaal en deed een aap na. Niemand kon een aap imiteren zoals hij. In zijn imitatie streefde hij de aap zelf voorbij. Vol vuur hield hij ons voor hoe de aap de tros bananen weliswaar zag hangen, maar niet wist hoe hij hem te pakken kon krijgen. Hoe de aap de oplossing afkeek van andere apen en deze pas verworven kennis vervolgens verborgen hield voor het dominantie alfa-mannetje. Leren is afkijken en nadoen. Dat leerde ik van de man die daar, springend op een tafel oergeluiden produceerde, terwijl zijn te lange benen steeds meer verstrikt raakten in het snoer van de loopmicrofoon. Herman Kolk, kersverse hoogleraar in de cognitieve neurowetenschap aan de toenmalige Katholieke Universiteit Nijmegen wist hoe hij zijn publiek moest bespelen. Hij was een van die docenten die met een soort aanstekelijk enthousiasme elk jaar weer driehonderd of meer studenten in een klap voor het vak wist te winnen. Toen ik, inmiddels een soort van fan geworden, in het tweede jaar van mijn studie psychologie bij toeval een zaal met een eerstejaars les van Kolk binnenliep, volgde een deceptie: want daar stond hij weer, mijn held Kolk, met precies hetzelfde college, over de aap. Met precies dezelfde grapjes op hetzelfde moment. Nee, dacht ik, hij zou toch niet.. jawel hoor, Kolk klom weer op de tafel. Het was alsof ik een film bekeek – in de herhaling. Zijn aanstekelijke bulderlach klonk me ineens hol en leeg in de oren. Maar zoals de beste man waarschijnlijk nooit iets van mijn opperste teleurstelling heeft geweten, heeft ook zijn rehabilitatie zich volkomen buiten zijn bewustzijn voltrokken, zij het pas enkele jaren geleden. Ik wist me ineens weer aan hem herinnerd, toen mijn oog viel op een ingezonden brief van H. Kolk, die een in memoriam schreef over zijn professor in de cognitieve psychologie, de illustere A.D. de Groot, van wie hij veel had geleerd, niet alleen over de psychologie, maar ook over hoe je een goede docent zou kunnen zijn. (de Groot is overigens beroemd vanwege zijn onderzoek naar schaken en nou is Pim juist weer een verwoed schaker. Van Kolk weet ik het niet, maar ik hou zelf iig helemaal niet van schaken. Niet alles neem je over van je helden..) Kolk roemde De Groot als iemand die altijd tijd had voor een kritische mening van zijn studenten (waaronder Kolk zelf). Zijn waardering voor De Groot zong als in een echo in mijn hoofd. Want ook Herman Kolk had altijd tijd voor een kritische mening uit de zaal. (Zelfs wanneer een vermoeide zucht zich als een stadion-wave langs de rijen van de collegezaal voortplantte, omdat die bijehandte betweter op de achterste rij – ik - weer een vraag ging stellen). En nu ik zelf voor de collegezaal sta besef ik me dat ik van die twee meter lange aap op de tafel veel meer heb geleerd dan hoe je een banaan moet versieren. Ik heb geleerd hoe belangrijk het is om aandacht en respect te hebben voor de mensen die naar jou komen luisteren. Dat studenten een mooi en meeslepend verhaal willen horen. Dat een college iets is dat je goed moet voorbereiden: dat het een echte performance is. Dat studenten daar recht op hebben. Dat de meest storende studenten in de les soms de studenten zijn waar jij als docent het meeste van kan leren – en dat je er daarom goed aan doet altijd zorgvuldig te luisteren naar wat ze precies zeggen (los van het feit dat ze hun boodschap soms wat ongelukkig brengen). En ook: dat het niet uitmaakt dat je jarenlang dezelfde goede grap maakt, precies omdat het zo’n goede grap is. Het publiek is ieder jaar weer nieuw: waarom zou je hen het plezier van hun voorgangers onthouden? Kortom: Elke aap imiteert een andere aap en daar leert-ie het kunstje van.

Popularity: 17% [?]