Archive for August, 2008

tangible, gedrag, dagelijkse ergernissen, psychologie

Slim dom

Ik ben een slimme jongen, dat ben ik me bewust. Altijd goed kunnen leren, nooit geen problemen met de leraren. Eerder negens dan zessen: het is niet iets waar je over op moet scheppen, dat zet kwaad bloed, maar goed, ik kan daar ook niets aan doen, zo ben ik nou eenmaal geboren (danwel getogen, afhankelijk van je persoonlijke visie op het ‘nature nurture’ debat).

Maar ik ben ook best dom hoor. Ik maak af en toe hele stomme fouten. Ik laat Belangrijke Dingen liggen in treinen of andere openbare gelegenheden, liefst als ze van iemand anders zijn. Om maar wat te noemen.En ik ben voortdurend van alles kwijt. Voor mij, als enigszins verstrooide slimmerd, zou het handig zijn als er in de fysieke wereld ook een “search” knop of een Google zou bestaan.

De computer is voor mij een uitkomst.  Op de computer kan je bijna alles terugdraaien. Je kunt het veranderen, bijschaven, en als je het verkeerd hebt gedaan kan het gewoon overnieuw. Want wat je in het echt doet, kun je niet terugdraaien. Dat verbiedt de 2e wet van de thermodynamica, die stelt dat de tijd vooruit gaat, en niet terug (of zoiets: ik ben ook zo’n soort van slimmerd die bijna alles ‘een beetje’ weet. Vooral handig met Triviant). Anyway, voor mij, als enigszins slordige slimmerd, zou het handig zijn als de fysieke wereld, net als de virtuele, ook een “back” button zou hebben. Want ik *snap* natuurlijk wel wat ik fout doe, alleen soms wat later dan handig.

Fysieke dingen kun je kapot maken, kwijt raken, verkeerd in elkaar zetten. Ik heb een Billy kast van de IKEA met de dragende planken er verkeerd om in: het lelijke achterkantje voor en de gladde witte kant achter.  Moet ik nou die hele kast weer uit elkaar halen om het goed te maken? De boeken stonden er al in toen ik het pas zag! Voor mij, als enigszins luie slimmerd, zou het handig zijn als er in de fysieke wereld dook een “erase”, “copy” en “backspace” knop bestond.

Zal ik nog een spelcheck doen op deze post? Ach, ik zie het wel als het op mijn weblog staat. Ik kan het later altijd nog veranderen…

Popularity: 26% [?]

cartoons

Peter Pan

Jonas heeft in de vakantie bij vrienden een stukje van de film van Peter Pan gezien. Dat maakte indruk. Hij tekent nu af en toe Peter Pannen, altijd met het karakteristieke ’scheve been’ (zoals Jonas dat noemt). Ik wil uiteraard niet opscheppen over zijn uitzonderlijke tekenkwaliteiten (vreselijk zulke ouders), maar ik heb wel alvast een mailtje naar Disney gestuurd, ik ben niet gek. Bekijk en vergelijk (NB Jonas heeft dit plaatje van internet nooit gezien, dat heb ik er later bijgzocht. Hij bekeek enkel een stukje van de film zelf, dat wilde ik nog maar even noemen voor het extra bewonderingseffect).

afb239.jpgpeter-pan.bmp

Popularity: 31% [?]

ant on the beach

Beschrijven en Voorschrijven

Volgens mij is er een belangrijk verschil in de wetenschapspraktijk tussen enerzijds die benaderingen die zo goed mogelijk proberen het systeem in kwestie te *beschrijven*, versus benaderingen die proberen een systeem te *voorschrijven*. Met voorschrijven bedoel ik niet: bepalen wat er moet gebeuren. Het bepalen wat er moet gebeuren doet men in de technologie en ik hen het nu over wetenschap. Het onderzoeken, analyseren van het systeem doet men in de wetenschap. Ik gebruik beschrijven en voorschrijven hier allebei als vormen van analyse, vormen van onderzoek waarmee men probeert het systeem te begrijpen. (Sterker nog, in voorkomende gevallen heeft de technologie meer aan een goede beschrijving dan aan een voorschrijving van het systeem in kwestie, waarover zo dadelijk meer).

Een beschrijvende techniek komt uiteindelijk in kwantitatieve zin neer op het opstellen van een dynamische vergelijking met daarin een aantal variabelen en parameters, waarbij deze vergelijking zo goed en zo kwaad als het gaat poogt om het gedrag van het systeem te .. ja, te beschrijven dus. Een groot deel van de wetenschap is gericht op dit doel. F = m * a is zo’n dynamische vergelijking, uit de mechanische natuurkunde, die vertelt hoe een kracht, uitgeoefend op een massa en de daarbijbehorende beweging in de ruimte (om precies te zijn: de versnelling) met elkaar samenhangen. F = m * a klopt (althans zo lang we niet te precies doen) en het kan gebruikt worden om te voorspellen. Je kunt het ook gebruiken om technologie te ontwikkelen, om bijv te berekenen hoe groot een kracht moet zijn om een bepaalde massa in een bepaalde versnelling te krijgen, of hoe groot een tegenkracht moet zijn om dat juist te voorkomen. Het is dus een volledig soort wetenschap in dat de onderzoeker observeert, modelleert en vervolgens dat model kan gebruiken voor allerlei doelen die de mens zich stelt. Wat willen we nog meer.

Cognitiewetenschappers willen meer. Zij willen niet alleen dat F = m * a  klopt als precieze beschrijving van een bestaand, natuurlijk systeem, zij willen F, m en a kunnen namaken. Een cognitiewetenschappelijke benadering van de Newtoniaanse natuurkunde zou er voor pleiten een kunstmatig systeemte creeren waarin F = m * a geldt, zonder daarbij gebruik te maken van ‘echte’, natuurlijke fysische objecten in de ‘echte’ fysische ruimte. Immers, als ik met een een appel uit een boom laat vallen heb ik welliswaar gebruik gemaakt van de natuurkundige krachten in de echte wereld, maar ik heb ze niet zelf gemaakt. Ik heb geen ‘fysiek object’ geconstrueerd, ik heb er gewoon eentje genomen (de appel). En ik heb geen zwaartekracht gemaakt, ik heb gewoon gebruik gemaakt van de zwaartekracht van de aarde. Het is lastig voor te stellen wat het zou betekenen om ‘natuurkundige grootheden kunstmatig te produceren’. Het zal, lijkt mij, diep in de natuurkunde moeten duiken die heeft onderzocht wat nu eigenlijk de ultieme bouwstenen zijn van het heelal (snaren, quarks, dat soort dingen) en dan zul je die dingen moeten nabouwen om te kijken of ze elkaar aantrekken en afstoten zoals F=m*a dat voorspelt. En het lijkt me vervolgens enigszins onmogelijk om ’snaren na te bouwen’ omdat alles wat we ooit hebben gebouwd, als mens, altijd al een fysische ruimte veronderstelde als platform en grondstof van waaruit we iets gingen bouwen. Om iets te bouwen heb je een werkplaats en materiaal nodig, maar hoe kun je een ‘werkplaats’ en ‘materiaal’ bouwen als daar niet ook weer een werkplaats en nog basaler materiaal voor bestaat?

Maar dat probleem bestaat, lijkt me, alleen in de fundamentele natuurkunde. Voor hogere orde zaken zoals ‘biologisch leven’ en ‘de menselijke geest’ moet het in principe mogelijk zijn om dergelijke systemen niet alleen te beschrijven met een dynamische wet (zoals f= m*a), maar om het ook daadwerkelijk zelf, van de grond af, te construeren (te synthesetiseren). Dit noem ik wetenschap op een *voorschrijvende* manier, omdat je product, je output (je theorie) als wetenschapper niet bestaat uit een beschrijving maar uit een blauwdruk, een kookboek, een algoritme, dat *voorschrijft* hoe je het systeem zou kunnen nabouwen dat je aan het bestuderen bent. Een model van ‘kunstmatig leven’ (artificial life) is dus niet een beschrijving van echt leven, maar een recept, een manier om leven te *maken*.

Althans, dat zou het moete zijn. Het probleem is dat weinigen in de wetenschap het onderscheid tussen beschrijven en voorschrijven expliciet maken. De meeste modellen (inclusief alle bestaande modellen van kunstmatig leven en kunstmatige intelligentie die ik ken) zijn een raar soort mix van beschrijving en voorschrijving. Het zijn een soort recepten, die, als je ze netjes volgt, niet het gewenste resultaat opleveren. Een soort kookboek voor taarten, maar als je gaat koken volgens het kookboek krijg je geen taart, maar bijv een 3D kartonnen model (op schaal) van een taart. Dat ligt ook met name aan het grondstoffenprobleem. Er staat dan bijv: neem 3 ons verse “bressen”. Maar bij de groentewinkel kun je dan geen bressen krijgen. Dus als je bressen zou hebben, zou je die taart kunnen bakken maar je hebt gewoon geen bressen en dus krijg je ook geen bressentaart, hoogstens een model *van* een bressentaart. En een model is zelf alleen maar een *beschrijving* ook al is het opgesteld als een soort programma dat enkel uitgevoerd zou hoeven te worden.

Cognitiewetenschap is als een soort wetboek dat niet kan worden uitgevoerd omdat alle elementen die erin genoemd worden als zodanig niet bestaan of niet voorhanden zijn. Een wetboek met voorschriften als: “Kinderen onder de -3 mogen alleen onder begeleiding van 160+ers in de Taxus.”

Beschrijvende modellen worden in de cognitiewetenschap juist vaak als niet verklarend gezien. Ja, zegt men, je hebt nu wel heel precies *beschreven* hoe moeders en kinderen op elkaar reageren, maar je hebt daarmee nog niets *verklaard*. Er is geen *computationeel model* van het *echte onderliggende proces*. Volkomen kul. Ik heb liever een goede beschrijving van een fenomeen dan een ‘onderliggend computationeel model’ dat ik vervolgens toch niet echt kan uitvoeren. Ik zie niet waarom een computationeel model meer zou verklaren dan een ‘beschrijvend model’. Het punt is namelijk dat een beschrijvend model prima gebruikt kan worden om het systeem in kwestie te beinvloeden, om het te sturen. Beschrijvende modellen zijn de eerste stap opweg naar *sturingsmodellen* (ofwel: cybernetische modellen). Sturingsmodellen proberen de werkelijkheid niet *na te maken* maar proberen er genoeg van te begrijpen om haar naar wens te kunnen *veranderen*. Ik wil geen ‘kunstmoeder’ die een ‘robotkind’ gaat opvoeden: wat moet ik daarmee? Wat ik wil is genoeg te begrijpen van moeders en kinderen om, als dat nodig is, te kunnen ingrijpen als de boel in de soep dreigt te lopen (waarbij ‘ik’ ook de moeder of het kind zelf kan zijn uiteraard).

Ik vraag me af of cognitiewetenschap stiekem niet de enige wetenschap is die echt probeert *voorschrijvend* te analyseren. Zijn alle wetenschappen verder niet puur beschrijvend (of sturend) in de zin zoals ik hierboven heb beschreven? Wat probeert die cognitiewetenschap dan in vredesnaam te doen en waarom toch? Het lukt al 60 jaar niet, namelijk, dus waarom houden ze er niet eens mee op?

Popularity: 13% [?]

ant on the beach

Dewey

From  http://www.brocku.ca/MeadProject/Dewey/Dewey_1896.html   

What is the reality so designated? What shall we term that which is not sensation-followed-by-idea-followed-by-movement,. but which is primary; which is, as it were, the psychical organism of which sensation, idea and movement are the chief organs? Stated on the physiological side, this reality may most conveniently be termed coördination. This is the essence of the facts held together by and subsumed under the reflex arc concept. Let us take. for our example, the familiar child-candle instance. (James, Psychology, Vol. I, p. 5.) The ordinary interpretation would say the sensation of light is a stimulus to the grasping as a response, the burn resulting is a stimulus to withdrawing the hand as response and so on. There is, of course, no doubt that is a rough practical way of representing the process. But when we ask for its psychological adequacy, the case in quite different. Upon analysis, we find that we begin not with a sensory stimulus. but with a sensori-motor coördination, the optical-ocular, and that in a certain sense it is the movement which is primary, and the sensation which is secondary, the movement of body, head and eye muscles determining the quality of what is experienced. In other words, the real beginning is(359) with the act of seeing; it is looking, and not a sensation of light. The sensory quale gives the value of the act, just as the movement furnishes its mechanism and control, but both sensation and movement lie inside, not outside the act. 

Popularity: 11% [?]

observaties, taal

Falderie

Jonas luisterde naar de intro van Pippi Langkous (gisteren nog op YouTube, vandaag niet meer te vinden… gek is dat) en vroeg vervolgens:

“Pap, wat *is* Falderie?” 

“Falderie is eigenlijk niks, het is gewoon Falderie”, zei ik.

Dit zijn het type uitspraken die mensen onderling gemakkelijk van elkaar begrijpen (Jonas leek deze uitleg onmiddellijk te accepteren). Maar filosofisch gezien is het een interessante uitspraak. Falderie is tegelijkertijd niets en zichzelf. Leg dat maar eens uit aan een computer.Maar goed, volgens Pippi is 2 maal 3 ook 4, dus dan kan dit er nog wel bij.   

Popularity: 17% [?]