Een kwart eeuw geleden heb ik nog fanatiek gedemonstreerd tegen kernenergie. Maar goed, wellicht dat ik nog niet diepgaand geinformeerd was destijds, als vijf-jarige. Gisteren stonden er twee ingezonden brieven in de NRC. Eentje voor. Eentje tegen. Ik werd er niet veel wijzer van. De pro- en anti-lobby’s zijn meer bezig elkaar zwart te maken dan mij uit te leggen waarom ik mij aan deze of gene zijde zou moeten scharen. De tegenstander, directeur van WISE, had een nogal leeg stuk dat weinig om het lijf had. De voorstander, een prof. uit Delft, was zo mogelijk nog irritanter, omdat hij ronduit arrogant stond te doceren dat we nu toch echt geen tijd meer hadden en voort moesten maken en dat de tijd van beleid en papieren nu wel voorbij was. De ingenieur wil aan de slag, kan iedereen even aan de kant - dat werk. Maar als er sinds de jaren 80 geen nieuw beleid meer is gemaakt, dan zal die discussie toch weer helemaal opnieuw gevoerd moeten worden. Al was het maar omdat ik nu ook meedoe. En een hoogleraar zal daar toch niet zenuwachtig van moeten worden, die moet heus wel eens vaker een ongewenste vergadering uitzitten, lijkt me.
Het meest interessante is de verwrongen manier waarop er wordt gesproken over twee psychologische begrippen die de kern vormen van het dilemma: risico en tijd. Wat is het risico, en welk risico vinden we aanvaardbaar? En over welke tijdsschaal spreken we - en wat betekent dat? Zo stelde de professor dat met nieuwe methoden “een opslag van slechts 1.000 jaar volstaat”. De kordate punt achter de 1 zorgt er niet voor dat die drie nullen ineens niet meer meetellen. Duizend jaar. Het spijt me, maar daar kan ik me echt geen voorstelling bij maken. Of liever gezegd: wat ik me kan voorstellen is dat we echt niet kunnen inschatten wat er in die duizend jaar allemaal kan gebeuren. Duizend jaar geleden, bijvoorbeeld, was het 1008. Misschien was het toen vrede tussen de Hotten en de Totten en dachten de Hotten en de Totten dat er eeuwig vrede zou blijven. Ze kregen ongelijk. In de komende duizend jaar zullen onnoemelijke Hotten en Totten elkaar de hersens inslaan, om nog maar niet te spreken van de vulkaanuitbarstingen, ijstijden, marsmannen en ander ongein.
Dan het risico. Het risico op een ramp bij kerncentrales is laag. Maar dat doet er toch niet toe? Het gaat er niet om dat een ramp waarschijnlijk is of niet, het gaat erom, om met The Black Swan te spreken, dat er maar 1 keer iets gebeurt dat vervolgens enorme, verstrekkende gevolgen heeft. En 1000 jaar lijkt mij een heleboel tijd om ook de zeer onwaarschijnlijke gebeurtenissen tenminste 1 keer te doen optreden. Is het niet in 2387, dan wel in 2788, 2831 [zwaarste ijstijd in geschiedenis planeet aarde: -10 op evenaar], of in 2999 of in 3007. En als die ene keer tot gevolg heeft dat er vervolgens een paar ton hoog radioactief afval de lucht in geblazen wordt (Bijv, omdat een of ander Hot een Tot het licht in de ogen niet gunde) dan zijn we de sigaar. Of althans, niet wij, maar die mensen dan, als we er uberhaubt nog zijn, dan.
Maar ja, dat zegt het alweer: als het om kernafval gaat kunnen we ons tenminste nog voorstellen, dat we ons niet kunnen voorstellen wat er de komende duizend jaar mee gaat gebeuren. Maar met al die andere dingen die we nog niet eens kunnen benoemen, omdat we nog niet weten wat ze zijn is het helemaal onmogelijk om je er ook maar iets bij voor te stellen.(Neem het Qe0-08 effect bijvoorbeeld, dat pas in 2755 voor het eerst optreedt en het hele maatschappelijke leven zal ontwrichten).
In dezelfde alinea zegt de professor: het ontwikkelen van alternatieve energiebronnen gaat veel te lang duren, wel minstens 20 jaar. Twintig jaar. Een eeuwigheid in Nederland innovatieland, dat moet gezegd.
Kernenergie - ik ben er nog niet uit.
Popularity: 13% [?]