wiskunde, onderwijs, kennis, discussie, taal
Vertrouwen in de juf
Ik luister nu naar PABO studenten op radio 1. Ze worden geinterviewd voor en na hun taaltoets en hun rekentoets.
Wat me opvalt, is dat deze studenten zonder uitzondering helder formuleren, een duidelijke mening hebben en goed onder woorden kunnen brengen wat volgens hen de oorzaak is van de problemen rondom het de taal- en rekenvaardigheid van PABO-studenten. Daarnaast zijn het soms ook gewoon jonge mensen die de oorzaak van hun gedrag af en toe nog wat teveel buiten zichzelf leggen.
Dat worden vast prima juffen en meesters, daar heb ik alle vertrouwen in.
Waar ik nooit iemand over hoor is over het algemeen bekende feit, onder docenten, dat er in een klas van 30 leerlingen altijd maar 3 of 4 leerlingen zijn waarvan je zeker weet dat ze de stof echt goed begrepen hebben. Dan is er de 60 procent die weliswaar een voldoende haalt voor de toets, maar waarvoor je zeker niet je hand in het vuur zou willen steken als het er om gaat wat er van de kennis nog zal blijven hangen, zeker niet 10 jaar later. (Dit nalezend wil ik er wel aan toevoegen dat dat niets zegt over het latere succes noch de intelligentie van deze groep, het zegt iets over het uiterst beperkte vermogen van een school en een leraar om het denkproces en gedrag van leerlingen te beinvloeden). En dan is er nog de 20 procent die met hakken over de sloot en 3 herkansingen de toets haalt, zodat je ze in ieder geval het jaar daarop niet meer terug hoeft te zien. (En de rest valt gewoon uit). Houd dit beeld even vast, en denk nu terug aan de lesjes grammatica, breuken en staartdelingen uit je eigen lagere schooltijd. Bedenk nu: welke 3 of 4 kinderen hebben die lessen destijds echt goed begrepen? Wat doen die mensen nu? Zijn die later de PABO gaan doen? Dat zou mooi zijn, maar waarschijnlijk zijn ze gaan doorstuderen op een universiteit en nu iets wetenschappelijks of iets anders hoogstaands geworden met een dik salaris. De PABO studenten komen dus voort uit die 60 procent, waarvan je niet weet of ze in hun kindertijd *echt* goed konden rekenen met breuken, staartdelingen maken en of ze wisten wat een bijvoeglijke bepaling was (En precies, dat wist jij ook niet meer. Geeft niets, dit is een bijvoeglijke bepaling). Dus: wat verwachten we nou helemaal? De huidige problemen komen niet voort uit “het nieuwe schoolsysteem”, want ik heb een heel ander systeem ondergaan dan scholieren tien jaar na mij. En volgens mij is het met de rekenvaardigheid van mij of van studenten 10 jaar na mij niet echt anders gesteld. Het ligt eraan dat vroeger vaker dan nu juist de beste leerlingen van de klas later ook leraar werden. En nu is dat juist niet zo, omdat het beroep geen status meer heeft. De media-aandacht rondom die taal- en rekentoets draagt aan dat negatieve beeld alleen nog maar meer bij.
Popularity: 38% [?]
16 Oct 2007 admin