Archive for September, 2006

Uncategorized

De wondere onderwaterwereld

Er is meer onder water, dan wij vermoeden

Popularity: 5% [?]

Uncategorized

Meer mieren op het strand

De grappige anecdotes uit het dagelijks leven van dhr v Dijk laten even op zich wachten, want ik schrijf mieren op het strand

Maar even tussendoor:

Het is natuurlijk wel belachelijk, dat het grootste deel van het overheidsgeld besteed wordt aan de rijkste mensen in ons land (zie de krant van vandaag). Het meeste geld gaat namelijk naar onderwijs en hypotheekrente-aftrek en cultuur en recreatie. Allemaal rijkeluisactiviteiten.

Wat ik nou wel wil weten is wie dat overheidsgeld nu eigenlijk opbrengt. Als het zo is, dat de hogere inkomens ook het grootste gedeelte van het belastinggeld opbrengen, dan is mijn conclusie simpel: Dan hoef je toch geen ingewikkeld (en duur) belastingstelsel te bedenken, om al dat geld van die rijke mensen te innen, om dan met torens vol ministeries (ik kom er elke dag langs), allemaal manieren te gaan zitten bedenken om dat geld gewoon weer aan diezelfde mensen *terug* te geven. Laat dat hele gedoe dan weg. Kunnen die rijkelui allemaal zelf hun eigen musea en scholen en huizen kopen. De VVD zou het met me eens zijn.

Maar misschien is het allemaal nog veel erger. Gegeven dat er veel meer mensen zijn met lagere inkomens (volgens mij is dat nog altijd zo), zou het best kunnen zijn dat deze groep per saldo de grootste bijdrage levert aan de belastingen. Als dat zo is, dan betalen zij dus de studiefinanciering van het zoontje van hun directeur, zijn maandelijkse bezoekje aan het museum, zijn favoriete VPRO programma en zijn hypotheek-rente aftrek. Volgens mij kun je dat zien als een vorm van regelrechte diefstal. Zou dat echt zo zijn? Ik hoor het graag van iemand die er verstand van heeft.

Popularity: 6% [?]

Uncategorized

Mier op het zand

Ik heb een nieuwe weblog. Hij heet: ant on the beach . De mier in het zand is verzonnen door Herbert Simon. Hij schreef dat het ingewikkelde pad dat een mier af legt in het zand niet zozeer te verklaren is door de ingewikkeldheid van de mier, alswel door de ingewikkeldheid van het zand.

Mijn eerste bespreking betreft het beroemde artikel van Searle: Minds Brains en Programs. Morgen gaat een student van mij dat namelijk bespreken in een presentatie. Natuurlijk heb ik er zelf ook van alles over te zeggen. Voor de liefhebbers: ant on the beach

Popularity: 6% [?]

Uncategorized

Slaappil

Nu wordt me alles duidelijk. Vandaag in de krant las ik dat verpleegkundigen te snel, te veel en zonder toestemming eigenhandig hun patienten volstoppen met slaappillen. Zogenaamd uit voorzorg, of nazorg, maar ik zou het ook wel weten, als je 10 keer per nacht gestoord werd in je klaverjasavondje, of als je net even lekker lag te pitten. (Ik *weet* hoe dat laatste voelt, snap je). Dus ik begrijp die verpleegkundigen best. En ik begrijp nu ook beter, waarom ik de laatste tijd zo moe ben. Want die slaappillen, zo verhaalt het artikel, die leiden al snel tot afhankelijkheid. En ik ben in het ziekenhuis geweest, vorig jaar, en daar kreeg ik nog voor ik mijn pyjama had aangetrokken al drie dikke capsules door mijn strot geduwd. Uit voorzorg. Ja ja. Ik heb weliswaar geen keelonsteking meer, maar ik heb wel een raar soort slaperig gevoel. Het komt eigenlijk elke dag wel opzetten, zo na het eten. Dat komt door die illegale drugs die ze me toen gevoerd hebben. Mij maak je niets wijs meer!

Popularity: 6% [?]

Uncategorized

Zulke aardige mensen

Campingbazen en pensionhouders hebben vaak rare trekjes. In Frankrijk ontmoetten wij er weer een nieuw voorbeeld van. Het was een kleine camping met slechts 13 plaatsen, in een dal in een kloof in de bergen ergens een flink eind van de doorgaande weg af. Prachtig gelegen, met een mooie vers groene grasmat, links en rechts geflankeerd door massieve bergkammen: een uitzicht! Voor geen goud zouden we verkassen. En de eigenaren van de camping waren heus heel erg aardig, maar toch, tja, wat was het met zulke mensen? De vrouw des huizes boende de WC’s en douches met zulk een rigoreuze discipline (en de sterkste anti-defecterende middelen), dat we er haast niet meer in durfden, uit vrees de boel te bevuilen. Het betreden van de douche-ruimtes mocht dan ook alleen op de kousevoeten, zo lazen wij op het bordje, in een oude klomp gestoken bij de ingang. Le Patron, ondertussen, was een oudere gepensioneerde fabrieksdirecteur, die de camping met name gebruikte als dekmantel voor het hebben kunnen aanleggen van een megalomaan groot zwembad in zijn eigen achtertuin (ongetwijfeld met subsidie van La Communite). Niet dat wij er niet van genoten hoor, van het zwembad, het was allemaal prachtig. Prachtig en netjes en rustig en schoon, heerlijk, echt waar. ’s Ochtends kwam de oudere heer het terrein oplopen. Alhoewel hij ons altijd vriendelijk groette, hadden we toch ergens het idee dat hij de arbeid op de werkvloer aan het inspecteren was. Vervolgens aanschouwden we het vaste ritueel: hij schept met lange, rustige bewegingen en een groot net de bladeren uit het zwembad, klimt via het luik in de zwembadkelder, doet daar zijn ding met water en pomp en zuiveringsinstallatie, verschijnt weer ten tonele en keert terug naar de boerderij. Een ogenblik later zien we hem weer, goed geconserveerd in zwembroek en gebronsde blote bast, waarop hij zich weloverwogen het water in laat glijden en enkele baantjes trekt, in een ervaren, vooroorlogse borst-crawl. Tenslotte verwijdert hij de dikke bromfietsketting en opent het witte hekje dat het zwembad van ons kampterrein scheidt: het bad is geopend voor de gasten.

Een wat extremer voorbeeld van, laten we zeggen, ‘typische gastheren en gastvrouwen’ is al wat ouder: we liepen ooit een stukje van het Pieterpad. (Hoeveel mensen liepen niet ooit eens ‘een stukje van het Pieterpad?’). Ergens bij Roermond of Sittard, of waar was het ook, overnachtten we bij mensen thuis. Bed & Breakfast. De man en de vrouw waren volkomen wereldvreemde types. Het huis was smoezelig en in mijn herinnering zat het vol beesten. Er sliep in ieder geval een kip in een kattenmandje in de kamer, want die werd nog aan ons voorgesteld. (Tok). We gingen uit eten in het nabijgelegen stadje, de heer des huizes stond erop ons te brengen en ook weer op te halen. We moesten maar bellen als we klaar waren. Maar: zo drukte hij ons op het hart: ik wil jullie vragen, neem geen toetje! Ik leg het later wel uit, maar Neem Geen Toetje. Wij zijn zulke brave mensen, als de beste man dat vraagt, dan doen wij dat. Na 30 min stonden wij alweer buiten de Chinees, het enige beschikbare etablissement in de hoofdstraat. Wij bellen. Hij haalde ons op (de auto was een enorme ouwe bak met hele lage instap en van die houten kralenkettingen over de stoelen). Terug in het B&B huis werden we gesommeerd op de bank plaats te nemen. We kregen ijs met kersen in een sorbetglas. Traditie van het huis. Volgde een verhandeling over het ontstaan, onderhoud, ervaren en evaluatie, alsmede de mogelijke toekomst, van deze traditie. Daarna kwam het gesprek, onvermijdelijk, op het Pieterpad. Daar wisten onze gastheer en gastvrouw alles van. Van Hun Pieterpad. Waar zij onderdeel van uitmaakten. Ze kenden alle leuke B&B-adressen, en met name ook alle plekken waar je niet naar toe moest. Vervolgens kregen ze ruzie met elkaar. Zij begon op hem te schelden. Hij liet het gelaten over zich heen komen. Wij snel naar bed. Die nacht heb ik slecht geslapen.

Nog extremer. Oostenrijk. De berghut had een restaurant en 10 slaapplaatsen. Omdat enkele jaren geleden de nabijgelegen ski-lift zonder melding vooraf van de gemeente was wegbezuinigd, kwamen er nauwelijks klanten meer. De eigenaresse was maar vast begonnen de eigen drankvoorraad op te drinken. Een stamgast uit het dorp beneden wilde terug voor het onweer uit zou barsten (het regende al; hij was op de mountainbike!) maar zij stond hem dat niet toe. “NEIN” schreeuwde ze met dubbele tong “Du Zolst Dein Schnapps Trinken!!!”. Beter toegeven dan ruzie, dacht de man, sloeg zijn (hoeveelste?) schnapps achterover en aanvaarde waggelend de afvaart. Wij sloegen snel een schietgebedje, waarin de kwaliteit van zijn remmen centraal stond. De biefstuk was op, de spaghetti was er niet en de hasjee die we uiteindelijk kregen, afijn, ik zal u de details besparen. Snel naar bed maar weer. We sliepen in bunkbedden met grijze paardedekens die sinds de tweede wereldoorlog niet meer uitgeklopt waren. Het was zaak je hoofd niet te hard op het kussen te leggen als je omdraaide, omdat je dan kon stikken in de stofwolk die volgde. Toen de eigenaresse in de naastgelegen doucheruimte een potje onbeheerst begon over te geven, hebben we voor de veiligheid het haakje toch maar op de deur gedaan.

Popularity: 6% [?]

Uncategorized

Rampkick

Waarom kicken mensen op de ramp? We wachten eigenlijk allemaal stiekum op die bom in die trein. Zelfs als ik kans maak om er in te zitten.

Popularity: 6% [?]

Uncategorized

boekenlijstje

ik heb deze zomer een aantal mooie boeken gelezen, ik dacht, ik noem ze even:

* David Mitchel: Number 9 Dream
Ik ben een grote fan van David Mitchel geworden. Cloud Atlas was fabuleus. Black Swan Green (in het Nederlands “Dertien”) was fantastisch. Number 9 Dream is ook erg goed, het is een van zijn eerdere boeken. Ik moet nu enkel nog zijn debuut lezen: Ghostwritten. Het is moeilijk om Mitchel in een hokje te plaatsen want hij schrijft in vele stijlen. In die zin lijkt hij wel wat op Margaret Atwoord. Number 9 Dream heeft ook wel wat weg van Haruki Murakami, mede omdat het in Japan speelt en dromerige (”is dit echt gebeurd of droomt hij dit?”) elementen bevat.

* Michael Cunningham: Specimen Days.
Ik had nog nooit iets van hem gelezen maar het is een mooi boek. Het zijn drie verhalen, een verhaal tijdens de industriele revolutie, een hier-en-nu verhaal en een toekomst verhaal. De grote clou er van heb ik niet helemaal begrepen (wat het allemaal met elkaar te maken heeft), het ging wel ergens over de relatie tussen mens en zijn omgeving, en hoe we in de macht van de technologie terecht zijn gekomen, of zo. Maar misschien was dat de clou wel helemaal niet. Het was toch wel een goed geschreven boek, met veel symboliek en mooie plotwendingen.

* Op dit moment lees ik To Kill a Mockingbird (Harper Lee), die ik samen met Specimen Days van Henriette en Jos had geleend. Prachtig geschreven, je wordt helemaal mee het verhaal in gezogen, en je leeft onmiddellijk met de hoofdpersonen mee. Een ‘klassieker’, zoals men dat noemt.

Popularity: 6% [?]

fijne sprekers

cognition 01 - School memories

Very well, the cognition part. This year I will spend more blog-time writing about cognitive science topics. I’ll try to communicate my ideas in English, just in case I will reach a non Dutch speaking audience. And most of the stuff you get to read on cognition is English anyway. If I find the time I will sometimes include Dutch translations or summaries.

DUTCH: Ok, cognitie dus. Dit jaar wil ik meer blogtijd reserveren voor cognitiewetenschap (kunstmatige intelligentie, cognitieve psychologie). Ik zal deze serieuze onderwerpen in het engels bespreken, om ook het niet-nederlandse publiek te kunnen bereiken. Bovendien zijn bijna alle wetenschappelijke publicaties op het gebied van cognitie in het engels geschreven dus daar sluit ik me dan maar bij aan. Mail me gerust even als dit een onverstandige beslissing zou blijken te zijn.

In order not to start with the heavy stuff right away, first an anecdotical introduction to the subject-matter. Yesterday I read a letter published in my newspaper, written by my old professor of neuropsychology Herman Kolk. In this letter, prof. Kolk brought back memories regarding his old professor, A.D. de Groot. De Groot recently passed away. He is one of the most famous Dutch cognitive psychologists, I guess. He became especially known for his study on the cognitive processes in the chess-player. Proficient players do not spend time consciously reasoning about the next best move. Instead, they instantly recognize the current positions on the bord as affording a next move. Chess playing as a kind of pattern recognition process instead of linear linguistic reasoning. At least, that is what I know of his work, but the theories of De Groot I will leave for another time since I first want to actually read his book, which I have never done so far. In the same newspaper it also said that Herbert Simon (whose book I did read) taught himself to read Dutch in order to read De Groot’s thesis. This claim turned out to be nonsense, however. Well, at least I can say I learned to read English in order to read Simon’s book! (Although I didn’t teach myself).

Anyway, Herman Kolk recalled that De Groot was not only a good scientist, he was also a very good teacher. De Groot apparently greatly appreciated when a student would discover a flaw in his reasonings and be brave enough to confront him with it, or would generally give critical response to the teacher. Kolk wrote that he himself, during an oral exam, wasn’t able to find a flaw in De Groot’s theories, but that De Groot appreciated Kolk’s attempts in finding them nonetheless (oral exams in those days would mean that teacher and student would sit in the professor’s home in easy chairs and both smoke cigars while discussing the theory).

I once wrote a paper on aphasia, for one of Herman Kolk’s courses. I tried to argue in this paper that Kolk’s theory of aphasia would fit more naturally within a dynamical systems view on cognition. As it happens, I really wasn’t interested in aphasia all that much. In those days, I would be ready to claim that everything ever written or said would fit more naturally within a dynamical systems view on cognition. All I wanted to do was write about dynamical systems, no matter what, so I kept on tinkering with the paper until I got both aphasia and dynamical theory in one, not-very-coherent, story.

I now understand the shift in roles that Kolk must have been experiencing. Although I never got to smoke cigars nor sit in Herman’s easy chairs, I very much wanted to be the critical student that Kolk himself wanted to be in his younger days. And Kolk, as a professor, wanted to be the teacher that appreciates a critical young student. When he had read my piece, prof. Kolk handed me the paper and said: Of course, it is all complete nonsense, but I graded you an 8 anyway.

In hindsight, I guess that perhaps his memories of smoking cigars with prof. De Groot helped me get such a good grade that day.

Popularity: 7% [?]