Archive for November, 2005

Uncategorized

Secuur

Deze week al twee keer: je zit in de trein, je maakt een sudoku. Je vult cijfers in, geconcentreerd, puntje op de tong, lekker bezig, weetjewel. Je weet dat het kan gebeuren maar je staat er niet bij stil, je beseft het niet, totdAt het gebeurt. Je wilt de 8 invullen, er zijn nog drie mogelijkheden over. Maar de 8 mag daar niet, in alle drie de hokjes mag geen 8! Je schrikt: je denkt, nee, laat het niet waar zijn, je kan het niet geloven. Maar het Is waar. Je hebt een fout gemaakt in je sudoku. Helemaal aan het eind. Het is onmogelijk, nee, niet onmogelijk maar ondoenlijk om nu nog terug te redeneren, stap voor stap de vorige keuzes weer te heroverwegen, je weet niet eens meer wat je vorige stappen waren. Je kunt je sudoku wel weggooien. Het huilen staat je nader dan het lachen.

Blijkbaar ben ik een beetje moe. Ik bedoel, je kan een sudoku niet fout maken, het zit allemaal helemaal systematisch in elkaar. Als je stap voor stap die vakjes invult kan het niet misgaan. Maar nu dat ik al tot twee keer toe een sudoku verprutst heb verbaast het me ook eigenlijk niets. Ik ben nu eenmaal een inherent slordig persoon. Altijd al geweest. Ik kan me nog zo goed herinneren hoe vaak ik wel niet aan het eind van mijn krantenwijk met een krant teveel in mijn tas huiswaarts keerde. Precies hetzelfde gevoel: je weet dat je een fout hebt gemaakt, iemand heeft die dag geen krant gekregen. Maar zoek maar eens uit welke van de 89 deuren je bent vergeten.

Er zijn mensen die dit nooit, of slechts zelden, overkomt. Die mensen, daar kan ik me altijd erg moelijk in inleven. Hoe je het voor elkaar krijgt om zo precies, concentieus (weet niet eens hoe je het woord spElt) te zijn. Werklijk keine ahnung.

Ik weet nog dat ik voor het eerst hoorde van het woord ’secuur’. Meester Hans (sommigen zeiden nog meester De Jong, het was de overgangsfase) in klas 3 legde ons uit hoe je ’secuur’ moest gummen. Dat was heel belangrijk, secuur gummen. Secuur gummen betekende dat je eerst het stuk uit te vlakken papier afbakende door met je duim en wijsvinger goed op het papier te drukken. Je mocht vervolgens alleen gummen tussen je duim en wijsvinger. Zo kon het je nooit overkomen, dat je perongeluk heel het papier opfrommelde door het gummen. Want dat was niet secuur. En je moest secuur gummen.

Vriendelijke, aardige, competente en bijzonder sAAie man, meester Hans de Jong. Was vast een goede krantenbezorger geweest. Ik wil wedden dat hij nog nooit een fout heeft gemaakt met zijn sudoku’s.

Popularity: 6% [?]

Uncategorized

Dr Quak

De KNO Poli, ergens midden op de dag.
Ergens om het hoekje van de balie, verderop het gangetje in, ontstaat wat rumoer.
“U kunt niet zomaar naar binnen hoor. U moet zich melden bij de balie”.

Wij, de wachtenden, wachten af.

Een ogenblik later schuifelen een oudere man en vrouw de wachtruimte binnen. Hun lichaamshouding straalt onrust uit. De man onzeker de vrouw defensief. De vrouw schreeuwt in zijn oor
“BIJ DE BALIE”
de man lijkt het woord “balie” voor het eerst in zijn leven te horen.

Bij de balie wacht dezelfde juffrouw die hen net onze kant op heeft geloodst, maar nu vanachter een loketje.

De vrouw vraagt iets. De man noemt zijn naam. De baliejuffrouw spreekt met een sterk Utrechts accent.
Ja u mot soometeen noar de runtgen.
Daat is hier linksaf, en daan met de lift noar de vierde.
Nee hier bennu nu goed moar u mot nu eers een afsproak moaken he?
Ja, effe kijke hoar.
Ze rommelt wat in een stapel patientenkaarten.
Ja hij wil iets weghoale.
Ja, dokter Kwaak.
Effe kijke, dat doettie altijd -
ze kijkt op een kaart die links van haar aan de muur hangt
- op woensdagmiddaag.

Ze besluit het gesprek op een toon die geen tegenspraak duldt:
“over zes weken, aacht augustus?”

De man twijfelt, “nou…”.

In dat “nou” lag alles besloten: Zijn vergeetachtigheid, zijn onzekerheid, het verlies van controle. Dat hij zijn vrouw moest vragen waar ze waren, om de tien minuten. Dat zij hem steeds meer als een kind begon toe te spreken. Dat hij direct vandaag geholpen had willen worden. Dat ze immers nu toch in het ziekenhuis waren, voor die foto’s. Moest hij dan over zes weken weer met de tram, en de bus, of met de taxi? Over zes weken, misschien was-ie dan wel dood. En dat dat misschien ook maar het beste was, hij had er eigenlijk toch al geen zin meer in, al dat gedoe…
Zijn vrouw liet hem echter geen kans.
“Graag”, zei ze vlug.
Kom, we gaan naar de RONTGEN, schreeuwt ze in zijn oor terwijl ze zijn arm in de houdgreep neemt.
Hij geeft het op, en schuifelt mee.
Daar gaan ze weer,
Stapje voor stapje
rechtsaf,
richting de EEG afdeling.

Popularity: 6% [?]

fictie

met de wind mee

en ik had de zee bevaren
de zee, zo weid
zo diep de zee
ze was zo weid en diep dat het leek of
hij zich niet verplaatste
mijn boot mijn mast mijn zeil, ik -
een roerloos punt in de uitgestrektheid

geen van mijn inspanningen had effect op het oneindige blauw
om mij heen
ik deed alles alleen voor mij
voor niets
voor niets met de wind mee

Popularity: 7% [?]

Uncategorized

Verlanglijst

Voor mij graag:

Een schuimspaan
Een spatdeksel voor de wok

(Deze twee items staan al jarenlang op mijn verlanglijstje voor Sinterklaas. Vreemd genoeg heeft de Sint nooit aan deze wensen willen voldoen. Het zijn ondertussen vaste klanten geworden in mijn lange termijn geheugen. Zeg jij “verlanglijst”, dan zeg ik: schuimspaan, spatdeksel voor de wok. Toen ik een jaar of 10 was had ik dat ook met mijn verjaardag. Ik vroeg altijd tekenspullen en strips. Wat wil je hebben voor je verjaardag? Tekenspullen en strips.)

Tekenspullen
Strips

(Best leuk eigenlijk, tekenspullen en strips. Waarom ik daar op een gegeven moment mee opgehouden ben die te vragen. Ik zet ze er gewoon weer op)

Een goed boek

(Hmm, lastig. Moet je altijd weer bedenken welk boek. Even googlen. favoriete boeken. Kijk nou, enorme lijsten van mensen die hun favoriete boeken op internet zetten. Beetje onhandig dat ik eerst moet kiezen *wiens* boekenlijst ik zal doorlezen. Ook wel grappig, welke naam geeft mij direct het vertrouwen, het idee dat ik met een geestverwant te maken kan hebben? Ton van den Born? Ach, waarom niet. Chaim Potok. Nah. Kennikal, bovendien. Het Boek Dina. Yuck. Even kijken, een andere naam. Ah, een naamgenoot. Jelle Spijker. Wat lezen we hier… De Bijbel: Psalmen. In deze bundel gedichten ervaar je als lezer al je eigen gevoelens van: vertrouwen, hoop en wanhoop; woede, roepen om wraak, smeken om recht en rechtvaardigheid; vreugde en lofprijzing, dank voor goddelijke bescherming….Aaarch… Ik wil gewoon een GOED BOEK!!!)

Een leuke DVD

(nog nooit een DVD op mijn verlanglijst gehad. Staat wel modern. Een DVD van, eh.. tja. Oja. Ik wil graag een DVD met ouwe films van Fred Astaire. Zou dat bestaan? Heerlijk, Fred Astaire. Lekker ouwerwets…)

Een kind

(O nee, heb ik al)

Een gezond en gelukkig opgroeiend kind

(Hmm, het mocht maar 20 euro kosten…)

Lieve Sint, ik heb eigenlijk alles al wat mijn hartje begeert. Het enige dat ik graag nog zou willen is een Ipod, een wasdroger, een nieuwe auto, een flink hoger salaris en dat de wereld wat minder materialistisch wordt en mensen niet zo hebberig meer zijn. Veel groeten aan uw paard Amerigo en de jonge Pegasus! Tot 5 december!

Popularity: 7% [?]

Uncategorized

Functionalisme

In de jaren zeventig (of waren het de jaren zestig, of tachtig, afijn, way back in de sixties zullen we maar zeggen..) was er in de cognitieve psychologie een stroming populair die het functionalisme genoemd werd. Het functionalisme is in de volksmond bekend geworden als “de computer-metafoor”. Of liever gezegd, het functionalisme was de theoretische basis waarmee de computer metafoor vaste grond onder zijn voeten kreeg.

De computer metafoor stelt dat menselijk denken vergeleken kan worden (nee zelfs gelijk gesteld kan worden-) aan de werking van een computer. Onze hersenen zijn de ‘hardware’ en onze gedachten de ’software’. Functionalisten stellen dat de software uiteindelijk van belang is, en de hardware niet, omdat je in theorie allerlei soorten hardware kunt gebruiken om dezelfde software te ‘implementeren’. De inhoud zit hem in de software. En die is materiaal-onafhankelijk. Het gaat om de functie van de motorfiets (wat hij kan), niet om de structuur (het spul waarvan hij gemaakt is), zou Pirsig zeggen. (Pirsig geeft beide analyses met betrekking tot motorfietsen als onderdeel van de klassieke analyse naar functie en vorm).

Wat een serieus gepraat Jelle, wanneer lezen we weer eens een van je anecdotes over wat je in de trein meemaakte, bijvoorbeeld toen die man ineens tegen zijn buurman over de nieuwste Sudoku begon en dat hij daarbij niet besefte dat hij de enige was die pas gisteren had ontdekt wat Sudoku’s waren en dat hij het op zo’n gekke manier vertelde en zo hard dat iedereen om hem heem heel hard moest lachen maar dan zonder echt te lachen maar dat jij het wel zag en toen je hoofd tegen het raam moest drukken om niet in geproest uit te barsten? Wanneer vertel je dat weer eens, Jelle?

Ja dat komt dat komt. Maar nu eerst even serieuze zaken.

Er is namelijk een andere vorm van functionalisme, namelijk wanneer je de functionaliteit tot absolute norm verheft. Daar wilde ik het even over hebben. Het valt mij namelijk op dat opinie-artikelen in kranten in de laatste jaren steeds meer gefundeerd zijn in puur functionele argumenten. Nooit wordt er bijvoorbeeld meer gezegd: we moeten mensen in Afrika steunen omdat dat moreel wenselijk is. Nee, er wordt gesproken over het *nut* en het *effect* van ontwikkelingshulp. Als het geen effect heeft, dan is het blijkbaar niet goed. Dit krampachtig vasthouden aan functionele argumenten is zo sterk ontwikkeld dat sommigen die dit lezen misschien niet eens snappen wat ik bedoel: natuurlijk is het niet goed, als ontwikkelingshulp geen effect heeft, dan kun je er toch beter mee ophouden? Oja? Ik zou niet weten waarom. In vroeger tijden was het een voldoende argument te stellen dat een beschaving die zichzelf serieus nam een vorm van ontwikkelingshulp diende te hebben. Of het werkte, en of de onderontwikkelden er ook echt wat aan hadden, dat was bijzaak. Het ging om het *principe*.

Principes. Ik kom ze nog zelden tegen bij al die opiniemakers, columnisten, ingezonden stukkenschrijvers. Neem bijvoorbeeld de rellen in Parijs. Ik heb aan mijn studenten gevraagd: waardoor komen die rellen nou? De antwoorden weerspiegelden perfect de zielloze tijdgeest. Ja, die mensen, die hebben telkens te horen gekregen dat ze het slachtoffer zijn en nu geloven ze er zelf in en je moet ze niet helpen maar ze moeten zichzelf maar eens helpen ze moeten niet denken dat alles voor hun geregeld wordt. Okeeeeejjjj, maar, hoe zit het dan met het principe van solidariteit? Als jij het goed hebt, heb je de morele plicht anderen te ondersteunen die het minder goed hebben dan jij. Het gaat er niet om wat het *effect* is van deze ondersteuning. Misschien loopt alles daardoor wel in het honderd. Maar *in principe* heb je de morele plicht om die steun te leveren.

Ga *daarna* eens bedenken wat een handige, slimme, pragmatische, effectieve methode zou zijn, als je tenminste uit meerdere opties te kiezen hebt. Wie weet vind je het wel nuttig om in het kader van de solidariteit alle Parijzenaren een schop onder hun kont te geven. Voer die methode uit met meer of minder succes. Evalueer je rot en reflecteer op je bevindingen. Allemaal prima. Maar neem nooit de effectiviteit van je handelen tot uitgangspunt, want voor je het weet kom je tot de conclusie dat jouw bestaan voor de rest van de wereld niet nuttig is, niet effectief en niet functioneel. Zelfmoord is alles wat je rest.

Het functionalisme in de cognitiewetenschap probeerde alle denken te reduceren tot een verzameling procedures, computerprogramma’s, in het grote software pakket dat op ons brein draaide. De meest rationele gedachte was de gedachte die het optimale punt in een zoekruimte zo snel mogelijk wist te vinden. Terwijl mensen helemaal niet ‘effectief’ denken. Denken is niet alleen zoeken naar het antwoord, het is een activiteit op zich. Wij vullen ons leven voor een deel met denken en daar is an sich niets functioneels aan. Neem nou spel (neem de Sudoku!). Bovendien lossen we even zo vaak problemen op zonder te denken. Dat is pas effectief gebruik maken van je brein: een probleem oplossen zonder het te gebruiken! (Doe ik dat ook Jelle, ja natuurlijk doe jij dat ook: Ook jij kan het probleem “Hoe vind ik de Billy Boekenkast in de IKEA” oplossen zonder te denken! Ga naar de IKEA, denk niet na, en voila!). Denken is helemaal niet -altijd- een verzameling functies.

De opiniemakers van de kranten van vandaag proberen alle morele discussies te reduceren tot een vraag van nut en effectiviteit. Alsof we met zijn allen de wereld ‘moeten managen’ en er in het grote Projectplan van Planet Earth de vraag wordt gesteld: wat is hier het meest functionele Plan van Aanpak? Hoe kunnen we het even ‘goed regelen’ en wanneer behalen we het meeste ‘resultaat’? Maar sommige onderwerpen verdragen helemaal geen functionele discussie. De vraag of wij de zwakkeren in onze samenleving moeten helpen of niet is geen vraag van functionaliteit, effectiviteit. Want we hebben helemaal nog niet bepaald wat we dan precies zouden willen bereiken. Die vraag is ook helemaal niet relevant. De vraag gaat veel meer over hoe we willen *zijn*: willen we egoisten zijn, of willen we solidair zijn. Dat is de eerste vraag die je jezelf moet stellen. En daarmee zeg ik niet dat je niet mag nadenken over de praktische invulling, maar de praktische invulling is precies wat ze is: een praktische invulling. Eerst het idee, dan de praktische invulling. Of toch zeker op de opiniepagina van de NRC dan.

Popularity: 6% [?]

Uncategorized

kwaliteit

Ik had Zen and the Art.. al een tijdje links laten liggen. Dat was niet verstandig. Zen en ik hebben een hechte band opgebouwd in de loop der jaren en het is nooit goed zoiets te laten versloffen. Maar Zen en ik waren elkaar een beetje uit het oog verloren.

Of althans, ik had Zen uit het oog verloren. Want Zen stond netjes in mijn boekenkast. Een Nederlandse vertaling, in onooglijk kleine lettertjes met een oerlelijke Penguin cover (niet het plaatje hierboven).

Zen and the Art of Motorcycle Maintenance.

Als je het boek nog nooit hebt gelezen dan raad ik het je aan, maar aan de andere kant, er zijn mensen die er niets mee kunnen. Je bent Zen, of je bent het niet, het moet in je zitten, lijkt het.

Zoals al op het voorblad wordt aangekondigd heeft dit boek overigens niet zoveel te maken met Zen Boeddisme, en, volgens de schrijver, ook niet zoveel met Motorfietsen.

Het boek gaat over kwaliteit. En de reden dat ik het stof weer eens van de oude pocket afblies was dat ik op het moment wordt geacht les te geven over kwaliteit. Quality and Process Management. Ofwel, kwaliteitszorg en procesmanagement.

Alsof ik daar wat vanaf weet. Maar goed, dit is HBO, u wordt geacht zelf uw kennis op te doen beste student, ik ben hier om u te begeleiden, te ‘coachen’ in uw eigen leerproces, waarover u de regie voert. Zegt u maar wat u wilt leren…

Het boek Zen… draait op meerdere manieren om deze cursus heen en spookt al dagen door mijn hoofd. Ten eerste was Pirsig zelf een docent die aan de studenten de opdracht gaf een essay te schrijven van 350 woorden over de vraag: Wat is kwaliteit? Dat werd dus vanzelfsprekend ook de eerste opdracht voor mijn studenten. Pirsig’s studenten Rhetorica kwamen er niet uit. Kwaliteit. Ze keken hem vuil aan op de gang en zaten nachtenlang zwoegend op hun essay: iedereen weet wel wat kwaliteit is, maar als je het probeer te definieren ben je verloren.

Vervolgens besloot Pirsig om studenten niet langer met een cijfer te beoordelen. Zijn redenering was als volgt: kwaliteit van studentenwerk wordt op de klassieke universiteit niet beoordeeld aan de hand van de intrinsieke kwaliteit van het werk zelf, maar aan de hand van objectief vastgestelde criteria. Definities dus. Objectieve criteria zijn echter fundamenteel kwaliteitsloos. Ze zijn de anti-kwaliteit. Toen Pirsig in een gedachtenexperiment alles in de wereld wegstreepte dat zou verdwijnen, als er geen kwaliteit meer zou bestaan, bleef juist de objectieve wetenschap, de rationaliteit, als enige over. Criteria waren dus wel het laatste wat je nodig had, als je de kwaliteit van iets wilde beoordelen. In het onderwijs had dit, aldus Pirsig, dan ook desastreuse gevolgen. In plaats van studenten die werkten vanuit een intrinsieke motivatie om zelf iets te leren, om zichzelf te ontwikkelen, kweekte de klassieke universiteit studenten die alleen maar wilden imiteren. Daar werden ze ook in getraind. Immers, de docent vertelde de studenten wat ‘waar’ was, (wat kwaliteit was) en als de studenten dat netjes imiteerden kregen ze een 6. Als ze het weigerden te imiteren kregen ze een onvoldoende. Het was haast nog een wonder dat de negens en de tienen, in zo’n dor en slaafs schoolklimaat nog de moeite namen hun best te doen en er zelf wat van te maken.

Pirsig voorspelde dat als je cijfers zou afschaffen, dat de slechte studenten dan het snelst zouden afvallen en de goede studenten zouden blijven. Dat was niet erg, want de slechte student zou ergens anders een zinvolle invulling van zijn leven vinden, bijvoorbeeld ergens in een fabriek als monteur. (stel). Deze monteur zou dan door te werken ontdekken dat hij eigenlijk best wel ideeen had over motoren, het maken van motoren en een fabriek van motoren, waar hij zelf werkte. Dat sommige processen misschien wel beter zouden kunnen worden, geoptimaliseerd zouden kunnen worden. Vervolgens zou deze ex-slechte student, vanuit zijn nieuwe zelf-ontdekte motivatie, de behoefte krijgen aan kennis, omdat hij ontdekte dat hij met zijn huidige kennis en vaardigheden te kort schoot om zijn ambities te verwezelijken. Dan zou hij auto-techniek gaan studeren, en later werktuigbouwkunde en misschien wel weer terugkeren op de universiteit, maar nu als een new-born student: leergierig en niet langer om de zes te halen maar om zijn eigen ontwikkeling te verwezelijken.

Je begrijpt, Zen… is een boek uit de jaren zeventig, toen de zon nog altijd scheen en de bloemen bloeiden.

Maar mijn vak Quality en Process Management wordt in de donkere herfst van 2005 gegeven.

Desalniettemin heb ik besloten de cijfers af te schaffen. Dat had overigens een andere reden dan het argument van Pirsig. In de kwaliteitszorg is het namelijk helemaal hip om organisaties zelf een oordeel over zichzelf uit te laten spreken. Of liever, kwaliteitszorg wordt vaak gedefinieeerd als: zeggen wat je doet en doen wat je zegt, zeg maar, een Rottterdamse Fortuyn-mentaliteit. Dat is overal nogal ‘in’ tegenwoordig. Het betekent bijvoorbeeld dat wij als opleiding worden beoordeeld op kwaliteitscriteria die we zelf hebben opgesteld. Dat is niet helemaal waar, het zijn criteria die de HBO-raad heeft opgesteld. Maar goed, dat “zijn” wij ook, want de HBO-raad dat zijn gewoon alle HBO’s. Dus dat zijn wij zelf. En vervolgens worden we beoordeeld op de vraag of we de dingen die we beloven te doen ook echt doen. Dus we zeggen bijvoorbeeld: wij evalueren al ons onderwijs, en de kwaliteitscommissie (die duizenden euro’s kost en hele dure lunches bestelt) komt dan langs en zegt: laat maar eens alle evaluatieverslagen zien dan. Dat is dan de beoordeling die wij krijgen.

Wij krijgen dus een cijfer op basis van criteria die we zelf hebben gedefinieerd. Een hoge kwaliteit is dus dat je ook echt doet wat je zegt dat je zou moeten doen, wat natuurlijk een volkomen inhoudsloze operationalisatie is.

Nou goed, dat vraag ik mijn studenten ook: definieer zelf maar hoe je beoordeeld wilt worden, en ik zal jou erop beoordelen. Ik ben benieuwd..

Mijn vraag is of Pirsig het hier nu wel of niet eens mee zou zijn. Het lijkt wel een beetje op wat hij betoogt, maar ik heb zo’n vaag vermoeden dat hij dat hele moderne kwaliteitszorggebeuren van tegenwoordig vreselijk zou vinden.

Toch het boek nog maar weer eens doorlezen…

lees het hele boek online

Popularity: 6% [?]

Uncategorized

Het bewijs

Mensenbewijzen zijn hele andere bewijzen dan logische, natuurkundige, mechanische of wiskundige bewijzen. (Ik zou niet precies kunnen zeggen wat ik bedoel met Logische, natuurkundige, mechanische en wiskundige, rationele bewijzen. Probeer tevreden te zijn met de losse associaties die deze woorden als groep bij je oproepen).

Studenten cognitiewetenschap leren dat in de wetenschap die tweede groep het belangrijkste is. Je wetenschappelijke verhandelingen moeten logisch consistent zijn, systematisch (i.e. mechanisch) implementeerbaar zijn, passen in een materialistisch wereldbeeld (natuurkundig coherent) liefst wiskundig zo precies mogelijk en idealiter puur rationeel van aard.

Volgens Ian McEwan is dat helemaal niet hoe de wetenschap zich in het echt ontwikkelt. Wetenschappers zijn mensen. En mensen werken met mensenbewijzen. En dat zijn nu eenmaal geen logische, natuurkundige, mechanische of wiskundige bewijzen.

Lees het ArtikelMeer over Ian McEwan
Mijn favoriete boek van Ian

Popularity: 6% [?]